Use a page, stupid!

Het is een veelvoorkomend fenomeen: de lokale vereniging of organisatie die plots het nut inziet van sociale media, in het bijzonder Facebook. Dat is positief, hoe meer zielen hoe meer vreugd! Maar het effect hier van is echter niet helemaal zoals men zou hopen. Vele verenigingen maken – in hun onkunde of onwetendheid – een profiel aan in plaats van een pagina. Dat heeft zo zijn gevolgen, dewelke voor zowel de doorsnee gebruiker als de vereniging negatief zijn. Daarom deze blogpost, in de hoop toch een aantal verenigingen op het juiste pad te krijgen en wat misverstanden de wereld uit te krijgen.

Het eerste argument voor het gebruik van pagina’s is doodeenvoudig: een vereniging die een profiel aanmaakt en zich dus als mens registreert op Facebook, schendt daarmee de gebruiksvoorwaarden van Facebook. Maar wie geeft daar dezer dagen een sikkepit om, ik zal met betere argumente moeten komen vrees ik.

Serieus dus nu. Het grootste voordeel aan een pagina is ongetwijfeld de insights functie die Facebook voorziet voor pagina’s. Het is een soort Google Analytics maar dan voor een Facebook pagina. De beheerders van de pagina kunnen er snel een beeld krijgen op verschillende interessant statistieken zoals bijvoorbeeld het aantal actieve gebruikers per maand.

Bovendien kan men een pagina eenvoudiger beheren met meerdere personen dan men dat kan met een profiel. Een profiel vereist namelijk dat elke beheerder het e-mailadres en paswoord heeft waarmee het profiel werd aangemaakt. Dit introduceert ook het risico dat een malifide beheerder aan de haal kan gaan met het profiel door die gegevens te wijzigen. Beide problemen heeft men niet met een pagina, het volstaat om als beheerder aangeduid te worden en men kan via de eigen login de pagina beheren. Ook geen rompslomp meer met in- en uitloggen of het gebruik van incognitomodus.

Normaal zou je nu al gewonnen moeten zijn voor het concept van een pagina. Echter denk je misschien het volgende: “Met een pagina kan ik geen mensen uitnodigen voor een evenement.” Dat is correct maar hier hoort ook een bedenking bij. Missen dergelijke massale uitnodigingen hun effect niet? Wanneer men kijkt naar evenementen en naar het aantal personen in de categorie “moet nog antwoorden” kan men al snel concluderen dat uitnodigingen niet echt werken. Wat wel werkt: een evenement aanmaken met een page, dat verschijnt dan op de wall, waardoor anderen het weer kunnen delen en er een “viral buzz” rond ontstaat. Vergelijk het met een populaire link of afbeelding op Facebook.

Wat bovendien vaak voorkomt bij profielen van organisaties is dat de organisatie in kwestie haar privacy instellingen vergeet aan te passen en het profiel bijgevolg niet publiek is. Daardoor zal veel informatie niet het bereik hebben dat het wel gehad had indien men voor een pagina had gekozen. En als de vriendenlijst die een beperking van 5000 man heeft vol zit, dan zit de organisatie helemaal met de gebakken peren!

Wat de gewone gebruiker meestal ook niet beseft is dat vrienden worden met een vereniging ook inhoud dat de beheerders van dat profiel je posts standaard kunnen bekijken, indien je dus gesteld bent op een goed beheer van je privacy valt dit sterk af te raden.

Om af te sluiten nog een laatste argument dat je mijlen ver over de streep zou moeten trekken. Een pagina kan men veel sterker aanpassen en er bestaan meerdere Facebook-applicaties die specifiek gericht zijn op pagina’s.

Tot zover mijn argumenten voor, zie hier mijn argumenten tegen:

… ze zijn er niet …

Deze blogpost kwam tot stand in samenwerking met Tom Ribbens en was een rechtstreeks gevolg van deze Facebook status.

Reactie op vettaks post van Yannick Ottoy

frietjesIn een opiniestuk op kippenvel.org doet Yannick Ottoy het verzet tegen de zogenaamde vettaks af als tijdelijk en vergankelijk, zoals het verzet tegen het algemeen rookverbod. Hij vergelijkt de twee en komt tot de conclusie dat iedereen een vettaks in 2021 vanzelfsprekend zal vinden zoals dat volgens hem nu het geval is met het algemeen rookverbod (iets wat ik alvast erg betwijfel). Mijn reactie zoals te vinden op de kippenvel blog:

Even de logica van de “vettaks” verder uitproberen. Stel we passen niet enkel een taks op vette stoffen toe, want er zijn er nog die in overmaat niet gezond zijn. Stel, we belasten al deze producten extra omwille van die redenen, en voeren dit beleid zeer sterk door. Komen we dan niet eenvoudigweg tot een belasting die toepasbaar is op zo goed als alle niet essentiële levensmiddelen (als die ook al niet belast zouden worden)?

Zal dit uiteindelijk zijn beoogde effect hebben? Ik denk het niet, sterker, dat weet ik wel zeker. Het enige zichtbare effect – want laten we niet vergeten dat Bastiat ons geleerd heeft dat er zaken zijn die we niet zien – is het aansterken van de overheidskas waarbij een bende bureaucraten op inefficiënte wijze zal bepalen hoe het geld gespendeerd moet worden.

Ik heb dan nog niet eens het basisprincipe van persoonlijk vrijheid én verantwoordelijkheid aangehaald.

Als overtuigd liberaal zeg ik hier neen tegen, om bovenstaande redenen. Ik zeg neen tegen het idee dat ‘de overheid’ moet bepalen hoe we ons leven wensen te leven, of onszelf dat nu schaadt of niet. Sinds wanneer is het individu een bezitting geworden van de overheid? Sinds wanneer moet het om die reden ‘beschermd’ worden tegen zichzelf?

Neen tegen dit bemoederende idee. Neen nu en neen over tien jaar!

Inmiddels heeft Yannick Ottoy op de Kippenvel blog een verduidelijkende reactie geplaatst.

Nachtpost: TEDxUHasselt

Het is nu twee uur ‘s nachts en ik ben nog wakker. Ik zit in bed want ik heb al geprobeerd de slaap te vatten. Maar ik treur er niet om, de oorzaak voor mijn acute insomnia is dit keer van goede aard. Een paar uur geleden heb ik namelijk samen met mijn goede vriend Rutger de sprekers voor TEDxUHasselt bekend gemaakt en hebben we de “pre-registration” geopend voor het publiek. Inmiddels zijn al meer dan twintig procent van de plaatsen volzet. Zo kort na de lancering, dan wordt ik enthousiast om wat nog zal komen. Het idee dat dit evenement een echt succes zou kunnen worden is voor mij hetzelfde als cafeïne en een hoop suiker, maar dan van eigen mentale makelij.

Te denken dat TEDxUHasselt maanden geleden niet meer was dan een idee dat bij een goede pint, of misschien meerdere pintjes, naar boven kwam maakt het zo wonderbaarlijk. Met een attitude van “we proberen en we zien wel wat het geeft” zijn we hieraan begonnen. Stap voor stap werd alles meer concreet. Waar we begonnen met een idee en een goed gesprek; daar staan we nu met bevestigde sprekers, een strak plan, een gereserveerde locatie en zeer belangrijk: steun uit vele verschillende hoeken en een hoop extra’s.

We zijn er nog niet maar vandaag was echt een milestone en ik kan niet anders dan dit even neertypen. Ik zit vol met euforie en enthousiasme, na een periode van herexamens en thesiswerk is dat welgekomen.

Aan zij die niet weten waarover ik het eigenlijk heb. Die willen weten wat dat TEDxUHasselt voor een beest is. Kijk even op de website: www.tedxuhasselt.be

Ik dank alvast zij die tot nu toe hielpen in deze onderneming en vooral mijn teammakkers! We zijn er samen voluit voor gegaan en dat blijven we doen tot en met 7 november.

Slaapwel, Bob

De waanzin van de weekendkrant

Sinds het ontstaan van het Internet en in het bijzonder de grote ingebruikname ervan sinds de jaren ’00 krijgen de papieren media het zwaar te verduren. Nieuwsberichten dat er bespaard moet worden bij persgroepen en drukkerijen komen geregeld voor. Spijtig want het heeft wel iets, zo’n ouderwets vel papier dat aan grote snelheid door de drukpers is gerold om uiteindelijk onder oma haar aardappelschillen te belanden nadat opa er kennis uit heeft opgesnoven en weer mee is met de actualiteit. Toch is het ook begrijpelijk, alle nieuws krijgen we al seconden na het bekend is via televisie, radio, websites, nieuwsmails, rss-feeds, Twitter, Facebook, en zo kunnen we nog wel even door gaan. Dat er de volgende dag een vel papier in je brievenbus ligt waar heel wat in staat dat je al weet laat dus veel mensen koud, en misschien wel terecht.

Toch probeert de papieren krant zich recht te houden op allerhande manieren. Een iPad aan verlaagde prijs bij een krantenabonnement, elke week een bon voor een overroepen boek dat je gelezen moet hebben volgens de hoofdredacteur, een ticket voor een museum aan verlaagde prijs; het zijn maar een paar voorbeelden van acties waarmee men lezers – of in dit geval beter kopers – moeten lokken. En het lukt, soms. Maar lezen die kopers de krant eigenlijk wel, of is de krant het bijkomstige aan de promotie geworden?

Het nieuwste fenomeen in deze reeks is een wedstrijdje ‘om ter dikste weekendkrant’ tussen de verschillende uitgeverijen. Voegt De Standaard een weekblad toe aan haar weekendkrant dan gooit De Morgen twee magazines in haar bundel. Leuk, toch? Meer leesvoer voor het weekend en aan dezelfde prijs. Ik zou daar akkoord mee kunnen gaan maar dat zou mij herleiden tot een kortzichtige consument die enkel oog heeft voor het gratis-verhaal en het aantal vellen papier dat hij voor zijn geld krijgt. Er is echter meer om in beschouwing te nemen, indien we dit doen wordt duidelijk welke waanzin de weekendkrant wel niet is geworden.

Neem de doorsnee weekendkrant. Die begint met een gewone krant, een paar pagina’s opinie en dan een hoop bijlagen en exclusieven. Daar komen nog een aantal magazines bij en sinds kort ook weekbladen. Een beetje rationeel mens beseft al gauw dat een weekendkrant lezen je langer zal duren dan er tijd is in een weekend. Dat toonden de jongens van Basta! trouwens al eens aan. Met de toevoeging van de magazines wordt het natuurlijk nog een stukje erger. De strijd om de lezer resulteert dus louter in het verspillen van papier en tijd van journalisten, columnisten en andere schrijvers die er aan meewerken. En de kwaliteit? Die gaat er alvast niet op vooruit. Daarenboven is het opmerkelijk hoeveel pagina’s zo goed als geen inhoudelijke invulling meer hebben. Een pagina met een grote foto en een kop in een te groot lettertype zijn al lang geen uitzondering meer en dragen weinig bij aan de leeservaring. Pure waanzin dus, concurrentie dient normaal een aanzet tot innovatie te zijn, bij de kranten zet het eerder aan tot kortzichtige papierverspilling.

In plaats van de weekendkranten elke week een bladzijde dikker te maken zou men mijns inziens beter kijken naar alternatieven: druk een krant van weinig pagina’s maar zeer hoogstaande inhoud. Nieuws dat niet heet van de naald hoeft te zijn om relevant en interessant te blijven kan op die manier volledig tot zijn recht komen, daar waar het anders verdrukt wordt door de dagelijkse drukte van het courante nieuws. Druk een krant die letter per letter de moeite waard is om te lezen ipv in bulk artikels en opiniestukken te produceren waarvan 1/20ste misschien maar kan spreken tot de lezer. Als zo’n weekendkrant op de markt zou komen zou ik deze graag kopen, betalen voor een dik pak papier zonder inhoud doe ik alvast niet meer – tenzij ik een hele hoop patatten te schillen heb misschien.

In het kort: het is tijd voor gezond verstand, kwalitatieve inhoud en hoogstaande journalistiek bij de verschillende krantengroepen.

Kort: Circus in’t Vlaams halfrond

‘T is weer zover, het circus der hypocrisie wordt voor de zoveelste keer opgevoerd door de politici van het Vlaamse halfrond. Klanken van “schande” kan men horen van links tot rechts in het politieke spectrum. Sven Gatz had volgens het reglement, dat het Vlaams Parlement zelf bepaalt, recht op € 300.000 opzegvergoeding ondanks dat hij zelf ontslag nam. “Schande dat hij dat recht gebruikt” roepen de andere parlementariërs, zonder te beseffen dat ze zelf ook dat recht hebben en het tevens zelf kunnen afschaffen.

Pure hypocrisie dus, telkens als iemand een megalomane opzegvergoeding krijgt staan ze daar in het halfrond met z’n allen op de barricades om “schande” te roepen. Maar het reglement aanpassen? Dat is nog steeds niet gebeurt. Beste politici van het Vlaams Parlement, ‘put your money where your mouth is!’ en dat mogen jullie echt wel letterlijk nemen. Minder roepen en wat meer doen, daar is het tijd voor!