Aan aartsbisschop Léonard, de verontwaardigde

Varendonk, 25 december ’11

Geachte aartsbisschop

Ik schrijf u deze tekst uit verontwaardiging. De uitlatingen die u tijdens de middernachtmis in de Sint-Michiels- en Sint-Goedelekathedraal deed, stemmen mij droef. En dat uitgerekend op een feest dat aanleiding moet geven tot vreugde.

Uw uitlatingen stemmen mij droef maar niet omwille van de achterliggende boodschap die u waarschijnlijk wou overdragen. Ik veronderstel dat deze enkel een van compassie en medevoelen met uw medemens is. Wat mij wel droef stemt is dat u als aartsbisschop over complexe onderwerpen uitlatingen doet die te kennen geven dat u er weinig abdijkaas van gegeten heeft. Een aartsbisschop dient toch wijs genoeg te zijn om zijn boodschap over te brengen op een correcte manier, in plaats van het kapen van een beweging en ten gronde slaan van een ideologie?

U zegt mee te voelen met de verontwaardigden, een overduidelijke verwijzing naar de ‘indignados’ en tot zo ver kan ik u verstaan. Want, zijn wij allen niet verontwaardigd over de huidige staat van de economie en de maatschappij? Maar dat u dit linkt aan wat u noemt “de kwalen van het neoliberalisme, dat vandaag de wereld overspoelt.” dat roept bij mij toch hopen vraagtekens op.

Verkondigen dat het ‘neoliberalisme’ – wat op zich al een term met een negatieve conotatie is – de wereld overspoelt is op zich al een loopje nemen met de waarheid. Zo goed als overal ter wereld kent men een “derde weg” economie zoals men dat mooi noemt. Het heeft meer weg van neosocialisme om het kind een gelijkwaardige naam te geven. Dit systeem vereenzelvigen met liberalisme is een ontkenning van de waarheid. Daar bovenop nog suggereren dat al het kwaad aan dit ‘neoliberalisme’ te danken is, is stemmingmakerij en het moedwillig afdoen van een ideologie als zijnde des duivels.

De huidige problemen, mijnheer de Aartsbisschop, kennen we niet door een overspoeling van het zogenaamd neoliberalisme. De huidige problemen zijn een rechtstreeks gevolg van een ongezien casinocorporatisme of zoals onze Angelsaksische broeders het noemen: “corporate welfare”. Dat corporatisme, mijnheer de Aartsbisschop, is alles behalve liberaal! Het is een dubbel machtsmisbruik uitgeoeffend door de staat en uit de kluiten gewassen bedrijven. Het is het doorsluizen van het geld van de mensen naar grote falende bedrijven zoals banken, via de staat.

Als dat is wat u wil bestrijden in uw uitlatingen, gebruik dan de juiste terminologie en ik zal u er voor prijzen. Als u denkt dat neoliberalisme deze wereld overheerst, ontdoe u dan van de mist van wierrook die uw zicht vertroebelt, niets is minder waar dan dat.

Vrolijk kerstfeest!
Bob van der Vleuten

“Open brief aan de ombudsman van de NMBS” door Jef Leysen

Jef Leysen schreef deze brief aan de ombudsman van de NMBS naar aanleiding van de algemene staking van donderdag 22 december 2011. Op zijn zachts gezegd uit hij een frustratie die bij velen van ons opborrelt, niet op een subtiele of diplomatische manier, gewoon de nagel op de kop en recht voor de raap.

Geachte Mr. de ombudsman,
Alvorens mijn klaagzang hier af te steken wil ik eerst benadrukken dat ik besef dat u niet degene bent die verantwoordelijk is voor alle wantoestanden bij de NMBS. Daar komt natuurlijk wel meteen bij dat u beter voor een andere job had gekozen indien u niet de hele dag klaagmails wou beantwoorden.

Vanaf mijn twaalf maak ik minstens tweemaal per week gebruik van de Belgische spoorwegen.Vertragingen, afgeschafte treinen, onbeleefd treinpersoneel,….ik heb het allemaal meegemaakt. Al die jaren heb ik het rustig laten begaan met het gedacht dat die mensen het waarschijnlijk zelf ook niet altijd makkelijk hebben, maar nu, vandaag maandag 19 december, loopt mijn emmer over meneer de ombudsman.

Ik lees hier net op de site van De Standaard dat de spoorwegenvakbond heeft besloten om donderdag een 24-uren staking te houden, omdat ze het niet eens zijn met minister Van Quickenborne inzake de verhoogde pensioenleeftijd.

Wat verwacht men hier in godsnaam mee te bereiken? Ons land is sinds twee jaar de grap van Europa, en nu we er eindelijk iet of wat in slagen onze regering terug op het goede spoor te krijgen, beslissen leeglopers om het werk neer te leggen, terwijl van de gehele bevolking verwacht wordt om een steentje bij te dragen?!

Ik hoop dat de vakbonden trouwens ook ineens beseffen dat we stilaan de periode voorbij zijn dat stakingen op algemene sympathie konden rekenen. In plaats van een godganse dag in jullie regenjasjes rond een smeulend olievat goedkoop aldi-bier achterover te slaan, en onder luid gelach schuine moppen te tappen tegen elkaar zouden jullie misschien eens een filmavond kunnen organiseren bij de spoorwegenvakbond. Daens lijkt me in deze tijden een zeer toepasselijke titel. En besef ‘s avonds in het naar huis gaan maar eens hoe goed jullie het hebben, en of vakbonden hun bestaansreden misschien zelf niet vergeten zijn.

Ja meneer de ombudsman, denk daar maar eens over na….als je vanavond op je trein staat te wachten.

Mvg,
Jef Leysen

Ook ik kan mij niet vinden in de acties van de vakbonden en pleit daar voor een hervorming van deze verenigingenin een opiniestuk dat te lezen is op de website van LVSV Hasselt.

SOPA: Toddlers in the cockpit of a 747

Dit filmpje en de boodschap ervan zijn te ernstig om niet te delen! Neen aan SOPA!

Doopverbod, neen! Doopcontracten, ja!

Vandaag stootte ik, net als vele andere studenten, op een verontrustend artikel. Het betreft hier het voorstel van kamerlid Louis om studentendopen exhuberant te bestraffen met 2 jaar cel en € 1750 boete. Als argument haalt het kamerlid redenen aan die de Diepenbeekse student alvast vreemd in de oren zullen klinken:

“Studentendopen zijn een aaneenschakeling van treiterijen, de ene al onaangenamer dan de andere, met de bedoeling om nieuwelingen te vernederen”, zo betoogt Louis. Hij verwijst naar volgende praktijken: schachten in zwembroek of naakt kopje-onder doen gaan in een vat vol dierenbloed en dierlijke uitwerpselen; hen naakt doen defileren; hen kaalscheren of het schaamhaar wegscheren; hen walgelijke brouwsels doen slikken tot brakens toe. Deze praktijken bestaan aan de meeste universiteiten en hogescholen en ze worden verrechtvaardigd als “studentenfolklore”. [1]

Dat deze misschien voorkomen in andere studentengemeenten zal ik niet ontkennen, hoewel er in de meeste Vlaamse steden en gemeenten met een studentenpopulatie wel een duidelijke regelgeving bestaat.

Dit is echter totaal geen reden op een verbod op te leggen. Menig student of alumnus zal immers met plezier over zijn doop praten als zijnde een unieke en plezante belevenis. Bovendien is een doop een belangrijk en traditioneel concept in de studentikoze folklore. Ook de argumentatie dat studenten zouden gidiscrimineerd zouden worden indien ze niet gedoopt zijn raakt kant nog wal.

Wat wel nuttig kan zijn is een duidelijk doopcontract waarin de gedoopte en de doper afspraken maken over wat er kan en niet kan, eventueel gecoordineerd door de universiteit, hogeschool of gemeente. Dergelijke contracten of regelgeving hebben namelijk hun nut al bewezen in Diepenbeek [2] en een aantal andere studentengemeenten. Het contract of de regelgeving kan dan zeer duidelijk bepalen wat er mag, zo kunnen de voorbeelden van de heer Louis zeer eenvoudig verbannen worden. Een nationaal verbod met overdreven bestraffing is dus nergens voor nodig. Studenten, gemeentebesturen en instellingen van het hoger onderwijs zijn zelf capabel genoeg om een eigen regelgeving op te zetten, aangepast aan de lokale situatie.

Mijns inziens reageert het kamerlid hier op overdreven wijze op een lokaal probleem dat hij meteen aanziet als een nationale epidemie van excessen bij studentendopen. Had het kamerlid een beter onderzoek gedaan naar de situatie in de verschillende gemeentes dan had deze hele commotie niet nodig geweest.

Laten we de soep minder heet eten dan ze geserveerd werd en pleiten voor duidelijke lokale regelgeving.

[1] Kamerlid Louis wil studentendopen bestraffen met twee jaar cel – Gazet van antwerpen – 05/12/2011 - http://www.gva.be/nieuws/binnenland/aid1097011/kamerlid-louis-wil-studentendopen-bestraffen-met-twee-jaar-cel.aspx

[2] Verenigingsdocument StuRa UHasselt

 

 

Pleidooi voor spontane solidariteit

Onderstaande tekst werd gepubliceerd als opiniestuk op de website van LVSV Hasselt. I’ve also translated it to English and that version can be read on the website of Students for Liberty.

Het is mij de laatste weken opgevallen dat het geloof in een spontane interpersoonlijke solidariteit in dit land in het slop zit. Wat mij vooral trof was het ongeloof hierin bij een aantal jonge liberalen. Het is volgens mij een van de tekenen dat de maatschappij die wij in dit land kennen erg afhankelijk is geworden van een overheid die aan herverdeling van de welvaart doet. Ook een teken dat zij zelfs de kracht niet meer heeft zich in te beelden dat er ook zonder een al te grote  overheidsinmenging solidariteit tussen personen kan bestaan. Een zeer donker vooruitzicht volgens mij. Het is hoog tijd rechtsomkeer te maken, voor we allemaal van die duistere gedachte doordrongen zijn.

Om een oud – en voor heel wat mensen controversieel – voorbeeld te geven: de verplichte deelname aan sociale zekerheid zoals de werkloosheidsuitkering, pensioenen, etc. Dit is een van de vormen van ‘verplichte solidariteit’ die opgelegd wordt door de overheid – of de electorale meerderheid zo u wil. In weze is er natuurlijk niets mis met een zekere vorm van vangnet voor zij die bijvoorbeeld tussen twee jobs in zitten en het dus even moeilijk hebben, om maar duidelijk te maken dat ik niet tegen solidariteit als concept ben. Waar ik mij niet in vinden kan is de idee dat deze enkel onder dwang van de overheid kan bestaan, een dwang die het individu op geen enkele manier zelf laat beslissen in hoeverre het er aan wil deelnemen.

Laat ik met u delen wat mij overkwam op de herfstuniversiteit van Jong VLD. Tijdens een discussie betreffende het systeem van onze pensioenen en de zoektocht naar een beter systeem opperde ik op een gegeven moment het volgende: “Laat mensen zelf bepalen in welke mate zij solidair willen zijn met anderen, laat mensen hier vrij in zijn” – kort samengevat en geparafraseerd want ik liet ook een opening voor een laag opgelegd minimum of een keuzevenster dat een bepaalde hoeveelheid verzekerde. De reacties van een aantal aanwezigen klonken mij zeer vreemd in de oren, te weten dat dit een zaal gevuld met liberalen was. “Maar dan zal iedereen toch alles voor zich houden … Je moet dan toch een minimum opleggen … die gedachtengang is naïef” Ik ben hiermee natuurlijk allerminst akkoord.

Echter dringt zich dan de volgende vraag op: “waarom denkt men zo? Hoe is het zo ver kunnen komen?”. Mijn antwoord op die vraag is rechtstreeks gelinkt met de huidige staat van onze samenleving en grootschalige organisatie van verplichte solidariteit. Natuurlijk zou niemand in het huidige systeem ervoor kiezen om zelf nog aan enige echte vorm van spontane solidariteit te doen, er is daar totaal geen aanmoedigingsgegeven voor. Men denkt, dankzij het bestaan van de verplichte solidariteit, dat men via de sociale bijdrage al genoeg heeft gedaan – gezien de huidige belastingsdruk en verspilling van de overheid is dat ook zo – en dat het aan de overheid is om te zorgen dat de fondsen goed worden aangewend ter bevordering van ‘de kleine man’. En daar zit dus het probleem: er bestaat een mentaliteit die zowel het gevolg als de oorzaak is voor het bestaan van een verplichte solidariteit. Een systeem dat overigens serieuze barsten vertoont.

De oplossing hiervoor is verder durven kijken dan het rookgordijn der verplichte solidariteit en de emotioneel gevoerde propaganda ervoor. Het is mijn overtuiging dat we nood hebben aan een maatschappij die doordrongen is van de mentaliteit dat we uit eigen beweging voor eenieder in de bres springen als dit nodig is. Zulke mentaliteit kan enkel bestaan indien het individu vrij is van lasten die volgens hem deze noden al invullen. Zonder hoge lasten houden wij meer van onze verdiensten over en hebben we dus meer vrijheid om onze inkomsten naar eigen goeddunken te beheren. Het is dan ook niet meer dan normaal dat een deel hiervan besteed zou worden aan onze medemens

Spontane solidariteit is dus echt niet zo vreemd of radicaal, indien we dit durven inzien zullen we overigens een sociaal voelendere maatschappij hebben dan die we nu kennen.

Ik kan begrijpen dat vele lezers van deze tekst zullen denken: “dit is een pure utopie” en voor een deel dien ik hen gelijk te geven. Het zou een utopie zijn te denken dat de mentaliteitswijziging en beleidsveranderingen die we nodig hebben met een vingerknip kunnen plaatsvinden. Op termijn zit er echter niets anders op: het huidige systeem heeft haar mislukte werking aangetoond en de maatschappelijke voeling van het individu gaat er op achteruit. Het is nu tijd om de koers van het schip te veranderen zodat onze opvolgers kunnen genieten van échte vrijheid, verantwoordelijkheid en spontane solidariteit.

Tenslotte: een verplichte solidariteit is geen solidariteit.