Category Archives: Politiek

1 Mei, dag van nationale rouw

Deze tekst werd als opiniestuk gepubliceerd bij LVSV Hasselt naar aanleiding van de ‘Dag van de Arbeid’.

Het moet een echte komiek geweest zijn die ooit het concept van de eerste meidag heeft uitgevonden. Een dag verlof nemen om de arbeid te vieren, dus 1 mei is eigenlijk de feestdag van de betaalde niet gepresteerde arbeid? De man die er een nationale feestdag van maakte echter, was allerminst een komiek: niemand minder dan Adolf Hitler op 10 april 1933, als deel van een strategie om vakbonden buiten spel te zetten.

1 mei kan volgens mij beter omgedoopt worden tot een dag van nationale rouw. Rouw om de verloren individuele vrijheid en de teloorgang van de economie. Wanneer socialisten hun ideologie hoog in het vaandel dragen op 1 mei, met alle collectieve marsen en symbolen van doen; rouwt de liberaal, de ondernemer en elk ander individu met een grijntje gezond verstand. Want de maatregelen die onder de morele dekmantel der solidariteit en gelijkheid werden genomen over de jaren heen, hebben ons weinig meer gebracht dan wat zakken kommer en kwel. Of ze nu werden aangebracht door mensen met een rotsvaste overtuiging en geloof of door de gemiddelde opportunistische salonsocialist. Dat we kampen met een hoge staatsschuld, onverantwoordelijke vakbonden, een plethora aan logge overheidsbedrijven, … Het vindt steeds zijn oorsprong in linkse doctrines.

Nog een reden om te rouwen is het feit dat elk individu dat zich verzet tegen de linkse maatregelen meteen een intentieproces aan zijn broek krijgt gelapt. Want hoe kan je nu tegen de maatregelen zijn die de kleine man voort moeten helpen? Het kan niet anders dan dat je van slechte wil bent en enkel voor de ‘patrons’ wilt opkomen. Rationele argumenten tellen al lang niet meer mee. Argumenteren dat maatregels zoals een minimumloon en een index enkel een averechts effect hebben, heeft dus geen effect, want wat de partijtop en de vakbondsleiders zeggen is heilig.

En dan zwijg ik nog over die grote schandvlek die het socialistische en communistische gedachtengoed heeft nagelaten op de mensheid. In de naam van deze ideologie hebben velen hun dood gevonden, door onderdrukkingen en genocides enerzijds en verhongering anderzijds. Voorbeelden te over van mislukte arbeidersparadijzen, van monsters zoals de Sovjet-Unie tot landen zoals Nicaragua. Hoe lang nog zal het duren voor de utopie en de perverse effecten van de linkse ideologie voor iedereen duidelijk zijn? In dit land alvast nog een hele poos, want meer en meer verlangt de bevolking weer dat de overheid haar deus ex machina rol opneemt. Zonder te beseffen dat men in de eigen voeten schiet, zonder de fouten van het verleden te herinneren, zonder de hiaten in de redeneringen te erkennen; vieren alle kameraden het Feest van de Arbeid.

Arm Vlaanderen, arm België, waar men het debat enkel durft te voeren om futiliteiten. Waar de grote overheid en de linkse kerk een heilig huis zijn geworden dat ten allen kosten beschermd en gevierd moet worden, op 1 mei, de dag van de arbeid. Maar ook de dag van de werkloze die zijn kansen door het minimumloon ziet verdwijnen, de dag van de ondernemer die zich blauw betaalt om het heilige huis recht te houden, de dag van de sterke vrouw die de erkenning van haar merites ondermijnt ziet door opgelegde quota, de dag van de eerlijke werkman die moet opboksen tegen de door sociale zekerheid ondersteunde zwartwerker, de dag van de economische onzin en de dag van het corporatisme.

Mijn innige deelneming, kameraad.

Een jongerenpamflet voor de stakers op 30 januari

Een groep jongeren, onder wie ikzelf, schreef een pamflet dat ze maandag over het hele land in beide landstalen willen verspreiden aan stakers.

Geachte vakbonden,

Wij, als deel van de volgende generatie en dus dragers van toekomstige lasten hebben een eigen stem, een eigen visie: Het huidige systeem van pensioenen en sociale zekerheid is ooit met de beste bedoelingen opgezet. Er verschijnen echter al vele jaren studies die aantonen dat ons systeem niet houdbaar is en dat het grondig hervormd moet worden. In het huidige systeem zullen wij, de volgende generaties, uw pensioen, uw rusthuis en uw gezondheidszorg moeten betalen. Maar als een steeds kleinere groep actieven moet instaan voor een steeds grotere groep mensen, dan dreigt het systeem verpletterd te worden.

We accepteren deze onrechtvaardigheid niet en wij hopen u ook niet. Hier is geen sprake van een generatieconflict: de gevolgen van de huidige stilstand treffen ons allemaal. Opdat iedereen zou kunnen genieten van een pensioen en van de welvaart die we nu kennen, zijn hervormingen broodnodig.

Wij begrijpen uw ongenoegen wanneer uw ‘verworven rechten’ worden ingeperkt. Maar wat zijn verworven rechten waard als ze onbetaalbaar dreigen te worden? Wat betekenen verworven rechten voor diegenen die er nooit van zullen kunnen genieten maar er wel voor moeten betalen? Indien er geen rationalisering van het gehele sociale zekerheidssysteem plaatsvindt, dan worden uw verworven rechten onze geërfde lasten. Zolang u, als vakbond, vanuit een conservatieve reflex elke herziening van het sociaal model weigert, brengt u onze generatie in gevaar en daarmee ook uzelf en uw leden.

Om misverstanden te vermijden; ook wij strijden voor een samenleving waarin het belang van ons allen een belangrijkere plaats krijgt maar U heeft onze mening niet in pacht. De vele reacties van jongeren (en werkenden) van de laatste dagen tonen aan dat wij wel degelijk een eigen stem hebben. Wij zijn voor aanpassingen van de sociale zekerheid met als doel deze veilig te stellen voor iedereen en wij hopen dat u zich bereid toont om dit mogelijk te maken.

Als u werkelijk wilt opkomen voor de belangen van de werknemers en van alle andere burgers, en wij geloven dat dit uw doel is, dan moet u hen in de eerste plaats de mogelijkheid geven om te kiezen. Wij waarderen het niet dat uw zelfverklaarde strijd voor de rechten van jongeren aan ons wordt opgedrongen. Een organisatie die sociale bescherming wenst te bekomen, zonder zich te bekommeren om de concrete situatie of de mening van de betrokkenen, kunnen we geen sociale organisatie noemen.

Als structuren willen overleven dan moeten ze veranderen. Het vastklampen aan het verleden heeft nog nooit veel positieve resultaten opgeleverd. Dat geldt voor de sociale zekerheid en dat geldt, volgens ons, ook voor de vakbonden. Want in hun huidige vorm zijn zij vaak een struikelblok voor de jongere generaties die evenveel recht hebben op economische zelfbeschikking als de generatie waarvan wij met plezier het werk overnemen.

Wij zijn dus niet gekant tegen het idee van een vakbond en waar deze historisch gezien voor staan, echter zeggen wij wel ‘neen’ aan de huidige werking, gedragingen en machtsmisbruik van die vakbond. We delen u ons standpunt mee in eigen naam en willen hiermee niemand tegen mekaar opzetten. Dit gaat niet over tegenstellingen creëren, dit is een oproep van mens tot mens.

De tekst werd opgesteld door Franc Bogovic, Nick Roskams, Gilles Verstraeten, Siemon Aelbrecht, Bob van der Vleuten en Laura Harth.

Hashtag op twitter: #jongerenpamflet of #JPA.
Facebook evenement: http://www.facebook.com/events/205795006183109/
Pamfletten in twee landstalen: http://bitly.com/AAoRZT
Artikel op knack.be: ‘dit is een oproep van mens tot mens’

Open brief: Mijnheer De Leeuw, u kiest niet voor ons, wij kiezen zelf

De open brief heeft zopas de nationale pers bereikt: De Standaard heeft citaten gepubliceerd.

Deze open brief aan Rudy De Leeuw werd geschreven als reactie op diens brief aan de studenten. De brief werd opgesteld door Nick Roskams, student in leuven, met input van collega-studenten zoals ikzelf. De brief is tevens terug te vinden op Facebook als note.

Geachte heer De Leeuw,

Wij hebben met interesse uw open brief gelezen naar aanleiding van de komende staking van 30 januari. Gaandeweg veranderde onze interesse jammer genoeg in ongeloof omdat wij niet akkoord kunnen gaan met uw houding ten aanzien van onze generatie. Uiteraard wensen wij u niet te viseren dus via dit antwoord willen we graag iedereen die de staking verdedigt persoonlijk aanspreken. We pretenderen hier niet te spreken namens onze generatie, maar denken en hopen dat we de gevoelens van een grote groep onder woorden brengen.

 

Uw strijd, niet noodzakelijk de onze

U zegt te strijden voor onze toekomst maar u verzet zich tegen elke maatregel die kan helpen om die toekomst te verzekeren. De sociale zekerheid zal de komende jaren onder grote druk komen te staan, dat weten we allemaal. Eén blik op de bevolkingspiramide zegt meer dan duizend woorden: waar vroeger een brede basis kon voorzien in het onderhoud van een smalle punt, wordt de situatie in de toekomst omgekeerd. In een repartitiesysteem is de conclusie snel bereikt: Onze generatie zal de zorg moeten dragen voor een steeds grotere groep die de arbeidsmarkt reeds verlaten heeft. We zouden onszelf eens de vraag moeten stellen naar de aard van dit systeem. Eigenlijk komt het neer op de speculatie dat er in de toekomst genoeg personen zullen zijn die de lasten zullen dragen, een delicate vooronderstelling. Want wij weten dat we al lang onder de denkbeeldige grens zitten van mensen die veel minder zullen ontvangen dan dat ze zullen moeten bijdragen. Maar het is nu eenmaal het systeem dat we hebben geërfd vanuit het verleden. We vragen ons wel af wat er zou gebeuren als een privaat  persoon vandaag een soortgelijk piramidespel zou opzetten…

Iedereen beseft dus dat maatregelen niet kunnen uitblijven. Want laat ons eerlijk wezen: de sociale zekerheid heeft in het verleden excessen gekend die op zijn minst bedenkelijk waren. Terwijl de levensduurte steeds toenam, ging de werkelijke pensioenleeftijd steeds naar omlaag. De verschillende vormen van gelijkgestelde periodes namen ook steeds toe, terwijl dit de basis van de piramide erodeerde. En zo zijn er tal van voorbeelden aan te halen die niet houdbaar zijn naarmate we de periode van vergrijzing naderen.

Gelukkig is er vandaag een toenemende ‘sense of urgency’ en worden er een paar knopen doorgehakt, maar hierbij moeten we opmerken dat de vakbonden zich jarenlang hebben gewenteld in een haast blinde ontkenning van deze problematiek. Elke poging om het debat te openen werd steeds door u en uw collega’s beantwoord met drie woorden: “Verworven rechten. Afblijven!”. Maar wat zijn verworven rechten waard als ze onbetaalbaar dreigen te worden? En wat betekenen die verworven rechten voor degenen die ze niet genieten maar wel moeten betalen? Wij hebben veel respect voor degenen die gedurende vele jaren moesten bijdragen aan de sociale zekerheid en wij willen geen generatieconflict met hen. Maar als er geen rationalisering komt van het ganse sociale zekerheidssysteem dan worden uw verworven rechten onze geërfde lasten. Het zou ons te ver leiden om in te gaan op de concrete maatregelen van de regering, ook wij vinden dit zeker geen ideaal compromis. Maar we willen u wel wijzen op het volgende: Zolang u vanuit die conservatieve reflex elke herziening van het sociaal model weigert, brengt u onze generatie in gevaar.

En dus kiest het ABVV, samen met ACV en ACLVB, voor een staking. Een staking die, zoals u zelf zegt, degenen treft die er niet eens door geviseerd worden. Sterker nog: de staking raakt hen wiens toekomst in de balans hangt als er geen hervormingen worden doorgevoerd.

U zegt dat er in ons land niet meer gestaakt wordt dan in andere Europese landen. We hoeven u hierop niet tegen te spreken. Maar we zijn wel het enige land waar er zoveel gelijkgestelde periodes meetellen voor het pensioen. We zijn ook het enige land waar je van werkloos zijn een beroep kunt maken, je leven lang. We zijn ook een land met één van de hoogste schuldgraden én dito belastingdruk. We willen niet beweren dat we blindelings het voorbeeld van anderen moeten volgen. Maar er is wel een reden waarom velen er beter voorstaan dan wij: zij hervormen hun systeem dat te bureaucratisch en te kwistig dreigt te worden. En dat lukt niet louter met de slogan ‘Meer belastingen!’, zeker niet in een land als België.

Eén van uw voornaamste argumenten is het gebrek aan overleg en het feit dat het akkoord een ondemocratisch gehalte heeft. Maar vernamen wij onlangs niet dat de vakbonden inspraak hebben gehad bij het opstellen van de teksten? En zijn de voorstellen niet gestemd door het parlement? Om misverstanden te voorkomen: wij zijn geen politieke naïevelingen met een blind vertrouwen in de wetgever, maar u noemt zichzelf een verdediger van de democratie. Dus wat vraagt u eigenlijk: democratie of een vetorecht voor vakbonden? En zou u soms ook kunnen leiden aan verkiezingskoorts, de komende maand mei indachtig?

U beweert dat de strijd die u voert, een strijd is die ook onze generatie ten goede komt, maar u laat weinig ruimte voor de mening die wij daarover hebben. Als voorbeeld haalt u de indexering van de lonen aan. U heeft waarschijnlijk niet in overweging genomen dat onze generatie de mogelijke nadelen van indexering weet in te schatten, en deze misschien niet eens wilt behouden. Hetzelfde geldt voor het rigide karakter van de arbeidsregulering en de hoge loonlasten die onze kansen op de arbeidsmarkt bemoeilijken. Misschien zou u die standpunten van de jongere generatie eens moeten aftoetsen vooraleer u besluit hen te gaan vertegenwoordigen.

 

Vakbonden van vroeger en nu

De polemiek van de laatste weken is voor ons een voorbeeld van hoe de vakbonden van vandaag slechts een schim zijn van hun voorgangers. Mogen wij u eraan herinneren dat vakbonden, mutualiteiten, werkloosheidskassen, enz. ooit begonnen zijn als vrijwillige verenigingen? In die tijden leverden ze schitterend werk in het voorzien van sociale zekerheid voor hun leden. Maar ze moesten ook moeite doen om leden te werven en dus moest hun systeem een combinatie zijn van solidariteit en duurzaamheid.

Vandaag zijn de werknemers- én werkgeversorganisaties dermate geworteld in het politieke systeem dat die positieve concurrentie niet meer speelt. Want er bestaat nauwelijks een politiek beheersorgaan, vaak ook buiten de sociale zekerheid, waar de vakbonden en werkgevers niet in vertegenwoordigd zijn. Deze organisaties lijken zich nu te beperken tot het angstvallig vastklampen aan hun macht. En dat vinden wij spijtig. Want ondanks de macht die de vakbonden hebben vergaard, komen hun belangen niet altijd overeen met de belangen van ‘de kleintjes’, zoals u ze zelf noemt. Uw organisatie is geen kleintje: u beheert miljarden belastinggeld, samen met de werkgevers. De vakbonden genieten bovendien van wettelijke privileges die u in andere sectoren bekritiseert. Zo pleit u tegen het bestaan van monopolistische marktspelers maar hebt u zelf wel wetgeving op zak die het oprichten van nieuwe vakbonden nagenoeg onmogelijk maakt. U beweert dat uw stakingskassen niet gespijsd worden met belastinggeld maar weigert wel elke vorm van inzicht in de financiën van de vakbonden. En dat terwijl de rekeningen van bedrijven door de overheid en door u worden uitgepluisd in een zoektocht naar de minste onregelmatigheid.

Wij houden niet van het ‘wij-zij-verhaal’ dat u brengt, de realiteit is veel complexer. Het ABVV heeft ook een eigen agenda, eigen belangen en dat is perfect normaal. U vertegenwoordigt uw leden en probeert de positie van uw vakverbond te handhaven. Maar dat betekent niet dat u zich zomaar kunt opwerpen tot verdediger van ‘jan en alleman’, en dat ten koste van eender wat.

Om even op dat punt in te gaan, ter verduidelijking: De uiteindelijke doelen die wij willen bereiken liggen wellicht niet zo ver van de uwe. Ook wij hechten belang aan solidariteit, al zal onze definitie misschien verschillen van de uwe. Ook wij kiezen voor een samenleving waarin het ‘wij’ een belangrijke plaats krijgt. Maar dat betekent niet dat bepaalde personen of instellingen het monopolie moeten krijgen om de mening van het ‘wij’ te vertolken. En dat betekent ook niet dat die instellingen hun regels mogen opleggen aan personen die er geen lid zijn, of dat die organisaties zich mogen verschuilen in de duistere hoekjes van het recht, zonder aansprakelijkheid voor hun daden of transparantie van hun werking. Die excessen, die u stelselmatig verdedigt, zijn voor ons een brug te ver.

Een voormalige slogan van het ABVV is het perfecte voorbeeld voor uw dubbelzinnige retoriek: “Wij kiezen voor u!”. Dezelfde dubbele betekenis vindt u terug in de titel van deze brief. Die dubbelzinnigheid is hier volgens ons op zijn plaats: een organisatie als de uwe, met al haar gevestigde belangen, kunnen wij niet beschouwen als een volledig onpartijdige en onbaatzuchtige entiteit, hoe vaak u dat ook herhaalt. Uw belangen zijn niet noodzakelijk de onze en wij hadden liever dat ze niet in het stakingspiket werden vereenzelvigd.

 

Geef ons de keuze

Ondanks onze meningsverschillen, willen wij geloven dat u het goed meent met onze generatie, en met personen die het niet eens zijn met de staking. Als u belang hecht aan hun mening dan wordt het tijd dat u hen erkent als volwaardige gesprekspartners in plaats van personen waaraan u zichzelf van tijd tot tijd komt verantwoorden. Want u moet er niet van uitgaan dat de keuzes die uw generatie, binnen een politiek kader, heeft gemaakt ook de keuzes zijn die wij willen aanvaarden. Wij hebben het recht om onze eigen keuzes te maken en lopen niet graag in een karkas dat onze voorgangers hebben opgelegd. Verbondenheid en solidariteit, ja; maar een blinde aanvaarding? Nee, bedankt.

Eigenlijk appreciëren wij uw poging om ons te overtuigen. Want laat ons eerlijk zijn: u hoeft ons eigenlijk niet te overtuigen, het sociaal systeem dat u verdedigt laat ons geen keuze. Of we ons nu aansluiten bij een vakbond of niet: u onderhandelt de normen die ons worden opgelegd. Indien werknemers al dan niet besluiten om te staken: de militanten zullen de poorten toch vergrendelen, ook voor de werkwilligen. Of men nu schade ondervindt door de stakingen of niet: de vakbonden kunnen niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele onregelmatigheden. Het feit dat we met ons eigen geld willen investeren in onze pensioenen of eerder in onze gezondheid, het maakt allemaal niets uit: de sociale zekerheid, die u mee beheert, maakt deze keuzes ‘voor ons’. En ze maakt die keuzes soms verkeerd, zoals we nu kunnen zien.

Hoe moet het dan anders? Dat is een discussie die dit antwoord overstijgt maar we zijn bereid om ze mee te voeren. Als antwoord op uw brief willen we besluiten met een opmerking die een oplossing kan bieden voor onze kritiek. Velen verwijten de jongere generaties apathie voor de problemen van vandaag maar we weten dat u niet behoort tot deze criticasters. En we hopen dat u ons antwoord ter harte zult nemen.

Als u werkelijk wilt opkomen voor de belangen van de werknemers, en wij geloven dat dat uw doel is, dan moet u ze in de eerste plaats de mogelijkheid geven om te kiezen. Wij waarderen niet dat uw zelfverklaarde strijd voor onze rechten aan ons wordt gepresenteerd als een fait accompli. Uw doelen mogen dan wel nobel zijn, als u de manier verdedigt waarop ze aan ons worden opgedrongen, dan plaveit u mogelijks de weg voor andere doelen in de toekomst die misschien niet zo nobel zullen zijn. Een systeem dat sociale bescherming wenst te bekomen, zonder zich te bekommeren om de concrete situatie of de mening van de betrokkenen kunnen we geen sociaal systeem noemen. En toch is dat de situatie van vandaag.

Wat zijn dan de alternatieven? Sta ons toe om slechts twee voorbeelden te geven. We beseffen dat de realiteit complex is dus beperken we ons tot de principes die de grondslag ervan vormen. In Duitsland zijn collectieve arbeidsovereenkomsten alleen van toepassing op diegenen die lid zijn van de organisaties die aan de onderhandelingstafel zitten. Daar kiest men zijn vakbond aan de hand van reputatie en de soort sociale politiek die men voorstaat. Degenen die zich niet wensen te onderwerpen aan de afgesproken regels die kiest voor een individuele contractuele regeling. De keuze is aan de werknemer. Het andere voorbeeld betreft het pensioenstelsel van Chili. Daar is men al een tijd geleden overgestapt naar een kapitalisatiesysteem dat men gaandeweg heeft uitbesteed. Werknemers kiezen bij welke instelling zij hun pensioen willen onderbrengen. Dit systeem biedt een hoog rendement en transparantie, wat wij vandaag vaak ontbreken. Argentinië, Colombia en Peru zijn dit voorbeeld reeds gevolgd. De keuze is aan de pensioenspaarder.

Wat wij hiermee willen aantonen is dat de vakbonden een actievere rol kunnen spelen in het beheer van de verschillende takken van de sociale zekerheid en op een andere, directere manier dan vandaag. Uiteraard is geen enkel systeem perfect en een knip-en-plak-oplossing is niet wat wij voorstaan. Maar de principes achter de voorbeelden kunnen we zeker onderschrijven. Zoals vroeger kunnen vakbonden hun eigen kassen gaan uitbaten op het vlak van werkloosheid, pensioenen, enz. Met de mogelijkheden van vandaag zijn er vele opties om dit te doen. En de mate van solidariteit en overheidstussenkomst is een onderwerp voor discussie, maar wederom zou het ons afleiden van het doel van deze brief.

Een staking zou in de geschetste omstandigheden minder snel noodzakelijk worden. In plaats van te vechten voor uw gelijk binnen de politiek zou u immers zelf beslissen welke sociale politiek u voert binnen het geheel van sociale zekerheidsinstellingen. Op deze manier omzeilt u de noodzaak om te ageren tegen de politiek, u zou uw zaak voorleggen aan de mensen zelf. En een succesvol beleid zou u meer leden opleveren. Een dergelijke ‘terugkeer naar uw wortels’, waarbij vakbonden verenigingen van werknemers zijn in plaats van een onderdeel van de politieke instituties, zou wel eens een oplossing kunnen zijn voor de structurele problemen die wij hebben geschetst. Het zou uw betoog ook overtuigender maken. Als u vertrouwen hebt in de meerwaarde van de vakbonden dan mogen deze voorstellen u niet afschrikken. Integendeel: dan grijpt u ze met beide handen want het is een ideale kans om het nut en de invloed van de vakbonden te bewijzen. Het enige wat u verliest is de smet van partijdigheid, omdat u nu verweven bent in het politieke beheer. Ook de jongere generaties liggen dan opnieuw voor u open. Een systeem van repartitie creëert steeds tegenstellingen tussen betalers en ontvangers. Maar naar onze mening, en hopelijk de uwe, behoort elk lid evenwaardig te zijn, zonder te veel tegenstellingen in het gezamenlijk belang.

 

Conclusie

Als structuren willen overleven dan moeten ze veranderen. Het vastklampen aan het verleden heeft nog nooit veel positieve resultaten opgeleverd. Dat geldt voor de sociale zekerheid en dat geldt, volgens ons, ook voor de vakbonden. Want in hun huidige vorm zijn zij vaak een struikelblok voor de jongere generaties die evenveel recht hebben op economisch zelfbeschikking als de generatie waarvan wij met plezier het werk overnemen.

Wij danken u voor de moeite die u heeft gedaan om een open brief aan de studenten te richten. Maar we zijn niet de enigen die last zullen ondervinden van uw staking. Massa’s mensen die wel willen werken of andere bezigheden hebben gepland, zullen ook worden getroffen. Via verschillende kanalen en media blijkt dat zij, als werkenden, ook hun ongenoegen uiten over de situatie. En zij hebben in de eerste plaats recht op aandacht en afdoende uitleg.

Met vriendelijke groeten,

Nick Roskams
&
Bob van der Vleuten

Aan aartsbisschop Léonard, de verontwaardigde

Varendonk, 25 december ’11

Geachte aartsbisschop

Ik schrijf u deze tekst uit verontwaardiging. De uitlatingen die u tijdens de middernachtmis in de Sint-Michiels- en Sint-Goedelekathedraal deed, stemmen mij droef. En dat uitgerekend op een feest dat aanleiding moet geven tot vreugde.

Uw uitlatingen stemmen mij droef maar niet omwille van de achterliggende boodschap die u waarschijnlijk wou overdragen. Ik veronderstel dat deze enkel een van compassie en medevoelen met uw medemens is. Wat mij wel droef stemt is dat u als aartsbisschop over complexe onderwerpen uitlatingen doet die te kennen geven dat u er weinig abdijkaas van gegeten heeft. Een aartsbisschop dient toch wijs genoeg te zijn om zijn boodschap over te brengen op een correcte manier, in plaats van het kapen van een beweging en ten gronde slaan van een ideologie?

U zegt mee te voelen met de verontwaardigden, een overduidelijke verwijzing naar de ‘indignados’ en tot zo ver kan ik u verstaan. Want, zijn wij allen niet verontwaardigd over de huidige staat van de economie en de maatschappij? Maar dat u dit linkt aan wat u noemt “de kwalen van het neoliberalisme, dat vandaag de wereld overspoelt.” dat roept bij mij toch hopen vraagtekens op.

Verkondigen dat het ‘neoliberalisme’ – wat op zich al een term met een negatieve conotatie is – de wereld overspoelt is op zich al een loopje nemen met de waarheid. Zo goed als overal ter wereld kent men een “derde weg” economie zoals men dat mooi noemt. Het heeft meer weg van neosocialisme om het kind een gelijkwaardige naam te geven. Dit systeem vereenzelvigen met liberalisme is een ontkenning van de waarheid. Daar bovenop nog suggereren dat al het kwaad aan dit ‘neoliberalisme’ te danken is, is stemmingmakerij en het moedwillig afdoen van een ideologie als zijnde des duivels.

De huidige problemen, mijnheer de Aartsbisschop, kennen we niet door een overspoeling van het zogenaamd neoliberalisme. De huidige problemen zijn een rechtstreeks gevolg van een ongezien casinocorporatisme of zoals onze Angelsaksische broeders het noemen: “corporate welfare”. Dat corporatisme, mijnheer de Aartsbisschop, is alles behalve liberaal! Het is een dubbel machtsmisbruik uitgeoeffend door de staat en uit de kluiten gewassen bedrijven. Het is het doorsluizen van het geld van de mensen naar grote falende bedrijven zoals banken, via de staat.

Als dat is wat u wil bestrijden in uw uitlatingen, gebruik dan de juiste terminologie en ik zal u er voor prijzen. Als u denkt dat neoliberalisme deze wereld overheerst, ontdoe u dan van de mist van wierrook die uw zicht vertroebelt, niets is minder waar dan dat.

Vrolijk kerstfeest!
Bob van der Vleuten

Doopverbod, neen! Doopcontracten, ja!

Vandaag stootte ik, net als vele andere studenten, op een verontrustend artikel. Het betreft hier het voorstel van kamerlid Louis om studentendopen exhuberant te bestraffen met 2 jaar cel en € 1750 boete. Als argument haalt het kamerlid redenen aan die de Diepenbeekse student alvast vreemd in de oren zullen klinken:

“Studentendopen zijn een aaneenschakeling van treiterijen, de ene al onaangenamer dan de andere, met de bedoeling om nieuwelingen te vernederen”, zo betoogt Louis. Hij verwijst naar volgende praktijken: schachten in zwembroek of naakt kopje-onder doen gaan in een vat vol dierenbloed en dierlijke uitwerpselen; hen naakt doen defileren; hen kaalscheren of het schaamhaar wegscheren; hen walgelijke brouwsels doen slikken tot brakens toe. Deze praktijken bestaan aan de meeste universiteiten en hogescholen en ze worden verrechtvaardigd als “studentenfolklore”. [1]

Dat deze misschien voorkomen in andere studentengemeenten zal ik niet ontkennen, hoewel er in de meeste Vlaamse steden en gemeenten met een studentenpopulatie wel een duidelijke regelgeving bestaat.

Dit is echter totaal geen reden op een verbod op te leggen. Menig student of alumnus zal immers met plezier over zijn doop praten als zijnde een unieke en plezante belevenis. Bovendien is een doop een belangrijk en traditioneel concept in de studentikoze folklore. Ook de argumentatie dat studenten zouden gidiscrimineerd zouden worden indien ze niet gedoopt zijn raakt kant nog wal.

Wat wel nuttig kan zijn is een duidelijk doopcontract waarin de gedoopte en de doper afspraken maken over wat er kan en niet kan, eventueel gecoordineerd door de universiteit, hogeschool of gemeente. Dergelijke contracten of regelgeving hebben namelijk hun nut al bewezen in Diepenbeek [2] en een aantal andere studentengemeenten. Het contract of de regelgeving kan dan zeer duidelijk bepalen wat er mag, zo kunnen de voorbeelden van de heer Louis zeer eenvoudig verbannen worden. Een nationaal verbod met overdreven bestraffing is dus nergens voor nodig. Studenten, gemeentebesturen en instellingen van het hoger onderwijs zijn zelf capabel genoeg om een eigen regelgeving op te zetten, aangepast aan de lokale situatie.

Mijns inziens reageert het kamerlid hier op overdreven wijze op een lokaal probleem dat hij meteen aanziet als een nationale epidemie van excessen bij studentendopen. Had het kamerlid een beter onderzoek gedaan naar de situatie in de verschillende gemeentes dan had deze hele commotie niet nodig geweest.

Laten we de soep minder heet eten dan ze geserveerd werd en pleiten voor duidelijke lokale regelgeving.

[1] Kamerlid Louis wil studentendopen bestraffen met twee jaar cel – Gazet van antwerpen – 05/12/2011 - http://www.gva.be/nieuws/binnenland/aid1097011/kamerlid-louis-wil-studentendopen-bestraffen-met-twee-jaar-cel.aspx

[2] Verenigingsdocument StuRa UHasselt