“Het is louter een vertragingsmaatregel”, “ze kunnen niet tegen hun verlies”, “ze zijn kortzichtig en willen niet vooruit”; dat waren de verwijten die de tegenstanders van het wetsvoorstel voor vrouwenquota bij beursgenoteerde bedrijven moesten slikken toen zij een advies van de Raad van State vroegen. Ook ik ben tegenstander van het discriminerende wetsvoorstel dat bovendien de autonomie van naamloze vennootschappen aantast en mensen beknot in hun vrijheid. De reden kan u lezen in een vorige blogpost en een opiniestuk van LVSV Hasselt, geschreven door Niels Appermont.
Blij was ik dan ook toen ik vandaag las dat de Raad van State zich op ernstige punten niet kan vinden in het wetsvoorstel [1], het gevraagde advies heeft dus wel degelijk een belangrijk inhoudelijk luik. Het toont vooral hoe gevaarlijk men bezig is wanneer met dit soort quota’s bij wet gaat opleggen aan bedrijven, zeker wanneer men met drastische straffen werkt voor bedrijven die de quota niet halen. Het advies stelt zich ook vragen bij de maatregel, hoewel het doel nobel is – competente en ambitieuze vrouwen door het glazen plafond laten breken – vormt de maatregel die ertoe genomen wordt volgens de Raad van State geen zekerheid om dat doel te bereiken.
Laten we hopen dat dit advies niet als een vodje papier beschouwt wordt en dat de wisselmeerderheid die deze wet door het parlement wil krijgen ernstig bezint alvorens zij doorzetten met hun plannen. Al heb ik het idee dat, met de oogkleppen die men in de Belgische politiek kent, dit niet snel het geval zal zijn.
[1] De Standaard Online: Raad van State kritisch voor wetsvoorstel quota vrouwen in raden van bestuur - http://standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=DMF20110520_175
[ad#adsense]