Monthly Archives: April 2011

StuRa Magazine Column: Student zijn

Logo Studentenraad UHasselt“Student zijn: dat wordt men niet. Student zijn: dat leert men niet. Student zijn: vergeet men niet, dat is men of men is het niet.”, staat te lezen in de studentencodex. Welnu, wij studenten zijn blij dat we student zijn, trots zelfs! Wij zijn de generatie van de toekomst, de knappe koppen, de idealisten. Wij zijn het die het harde labeur van het studeren weten te koppelen aan het plezier van het studentenleven, met af en toe een betreurde tweede zit. Zeker nu, met de presesverkiezingen die op volle toeren draaien en de eindexamens aan de horizon worden wij daaraan herinnerd.

Doch onze status van student roept spijtig genoeg een negatief beeld op bij anderen, het gevolg van een stigma dat de student opgespeld krijgt. Jawel, ook hier in het landelijke, rustieke dorpje Diepenbeek. Er moet maar ergens in het dorp een vuilbak omver liggen of een verkeersbord verdwenen zijn en hop het zijn ‘de studenten’ geweest. Het is te begrijpen, een gemeenschappelijke vijand is altijd handiger dan een rotte appel in de eigen rangen. Dus als er iets mis is, steek je het op de studenten en klaar is kees.

Hoe doen we dat? We zien dat er een gft-container is omgevallen in de Ginderoverstraat. Vervolgens trekken we foto’s vanuit verschillende standpunten en nemen ook nog wat foto’s van eerder gepleegde vandalenstreken en plaatsen die dan op een website met als bijschrift: “De student is zijn afspraken al vergeten”. Zoiets is pure stigmatisatie en hopelijk is de gemiddelde inwoner van Diepenbeek slim genoeg om dat te beseffen.

Moge het een troost zijn, ook in de andere studentensteden kent men dit soort praktijken van gft-niveau. Ook daar worden de studenten niet naar hun waarde geschat. We mogen dat niet zomaar laten gebeuren, het schaadt ons als studenten dat men zo over ons spreekt. Maar het mag ons ook niet raken, want wij weten beter. Wij verlagen ons niet tot een dergelijk niveau. Wij zijn studenten, daar zijn wij terecht fier op en dat moeten wij ten allen tijde tonen.

Deze Column verscheen in StuRa Magazine 2010-2011.3 uitgegeven door de Studentenraad van de Universiteit Hasselt. Bob van der Vleuten is Studentenvertegenwoordiger aan de Universiteit Hasselt.

Pleidooi voor een open en neutraal internet en een competitieve markt in Vlaanderen

Onderstaande tekst werd gepubliceerd op de website van LVSV Hasselt als opiniestuk en werd gepubliceerd in Blauwdruk van LVSV Leuven

Een open en neutraal internet

Vrijheid vormt een van de belangrijkste aspecten van de filosofie achter het internet. Het internet is zo opgebouwd en op een dergelijke manier gegroeid dat het opleggen van sterke restricties bijkomende negatieve bijwerkingen met zich meebrengen en tevens moeilijk zijn om te implementeren. Doch is het beperken van de vrijheid van de eindgebruikers (wij allen) door een Internet Service Provider (Telenet, Belgacom,etc.) een fluitje van een cent.

ISP’s zou je moeten kunnen vergelijken met de bedrijven die zorgen dat er water uit je kraan komt thuis. Wat jij met dat water doet gaat hen niets aan zo lang je er maar een correcte prijs voor betaalt. Spijtig genoeg is het maken van deze vergelijking niet mogelijk in Vlaanderen. ISP’s bepalen nu al wat een persoon mag doen met een internetaansluiting. Zo blokkeert Telenet bijvoorbeeld alle poorten tussen 0 en 1024 wat er bijvoorbeeld voor zorgt dat je geen eigen FTP-server toegankelijk kan maken volgens de standaard poort. Natuurlijk is dit een voorbeeld waar eenvoudige work-arounds voor bestaan maar het toont wel aan dat ISP’s de mogelijkheid bezitten van onderscheid te maken tussen soorten trafiek op basis van verschillende criteria.

Stel u bijvoorbeeld het volgende hypothetisch scenario voor: Een ISP heeft sterke banden met een bepaald bedrijf dat content en services aanbiedt op het internet. Om dit bedrijf een groter marktaandeel te bezorgen sluit het een akkoord af met de ISP: bevoordeel de trafiek naar onze servers boven andere trafiek. Dit is momenteel nog niet voorgekomen maar het is een scenario dat desastreuze gevolgen kan hebben voor concurrentie tussen internet bedrijven en voor innovatie in deze branche in het algemeen.

Laat ons nog een voorbeeld bekijken van een potentieel probleem in deze context: Telenet Yelo. Over die bepaalde service heb ik eerder al een blogpost geschreven die op de gevaren van het concept wees [1]. Ik herhaal even de essentie: als Telenet een uitzondering gaat maken in zake het meetellen van Yelo in hun downloadlimieten (Telemeter) doet zich het beschreven hypothetische scenario voor, met als gevolg dat andere diensten die een soortgelijk aanbod doen beperkt worden in hun aanbod naar Telenet klanten. Als u het mij vraagt kunnen we dat benoemen met twee woorden: oneerlijke concurrentie.

Wat is hier de oplossing voor? Ik stel voor dat de ISP’s onderling een charter aangaan waarin zij zelf ook pleiten voor de neutraliteit van een ISP t.o.v. hun eindgebruikers en spelers op de internet markt. Enkel op die manier kan het internet  blijven wat het momenteel is: een baken van vrijheid, innovatie en mogelijkheden. Ook voor de ISP’s zal dit op lange termijn een eerlijkere strijd betekenen, een strijd op basis van kwaliteit danwel de hoeveelheid extra diensten. Hier kan Europa bijspringen door strikt toe te zien op “het recht op een open en neutraal internet” dat eindgebruikers en bedrijven bezitten volgens Neelie Kroes. Dat recht zal beschermd worden door nieuwe regels voor de telecomsector die ingaan op 25 mei 2011. [2]

Een competitieve markt in Vlaanderen

Belgacom en Telenet bezitten vandaag nog steeds een ongezond groot marktaandeel in zake internetaansluitingen. Sterker nog, als we die markt opsplitsen op basis van het type aansluiting dan heeft Telenet een puur monopolie op internet via de kabel. Dit kunnen we gelukkig niet meer zeggen van Belgacom, zij moeten hun netwerk van telefoonlijnen openstellen voor andere ISP’s. Het positieve gevolg van een dergelijke openstelling is de toename van andere ISP’s op die infrastructuur en een bredere, gezondere keuze voor de consument. Het spoort ISP’s ook aan om steeds te blijven innoveren en te verbeteren.

Doch, internet via de kabel is nu eenmaal sneller, daar kunnen we niet om heen. Die infrastructuur laat nu eenmaal toe dat er meer data sneller uitgewisseld wordt. Wie daar van wil genieten heeft bij ons echter maar één keuze: Telenet. Dat bedrijf bezit zo goed als alle koperaansluitingen die bij gezinnen de huiskamer binnenkomt. Een netwerk dat ooit door de overheid werd aangelegd en voor een appel en een ei werd verkocht aan het toenmalige Telenet Vlaanderen – om niet te zeggen dat het cadeau werd gedaan. Het is mijns inziens een grove fout geweest dat men bij die overeenkomst geen clausule heeft toegevoegd waarbij Telenet andere spelers zou moeten toelaten op haar netwerk, net zoals Belgacom dat moet. Dit zou er voor kunnen zorgen dat ook op het kabelsegment van de markt van ISP’s in Vlaanderen er een sterke concurrentie zou zijn.

Ook hier is de oplossing eenvoudig: ervoor zorgen dat ook de kabelinfrastructuur moet opengesteld worden voor andere spelers. Ook de Belgische telecomregulator is er vragende partij voor maar tot nu toe is die vraag in dovemansoren gevallen.

[1] http://bobvandervleuten.com/2010/12/vreugde-voor-yelo-is-onterecht/

[2] http://www.demorgen.be/dm/nl/5403/Internet/article/detail/1253193/2011/04/20/EU-hamert-op-open-en-neutraal-internet-ISP-s-mogen-geen-verkeer-blokkeren-of-afknijpen.dhtml

Pascal “ik Twitter niet” Smet

Het moet nogal wat geweest zijn toen Pascal Smet plots zag dat hij tweets aan het zenden was zonder dat hij dat wist. Een of andere grappenmaker had zich een account gemaakt onder de naam @PascalSmet. Dit net na de Terzake-uitzending over sociale media op school. Geniaal als u het mij vraagt, vooral de wijze waarop:

@PascalSmet: Na de @TerzakeTV uitzending over sociale media en ICT in het Vlaamse onderwijs heb ik besloten om zelf een profiel te starten op twitter.

Een dag later verdween de account en toen begonnen een aantal tweeps zich vragen te stellen: “draaide de minister ons een loer of draaide iemand de minister een loer?” Even later werd alles duidelijk na een bericht op Facebook:

U kan er ook meteen mijn reactie bij zien. Die reactie is echt gemeend, ik zie niet in hoe een minister van onderwijs die voortdurend praat over het moderniseren van onderwijs met behulp van ICT, niet het inzicht heeft dat hij daarin het goede voorbeeld kan geven. Aanwezig zijn op Twitter zou dus geen overbodige luxe zijn.

De minister zou daar van kunnen leren hoe Twitter echt werkt zodat hij er niet in abstracte termen over hoeft te praten. Langs de andere kant zou hij zich op die manier meer kunnen betrekken bij leerkrachten die nu uit eigen beweging hun leerlingen via Twitter laten werken in de klas.

Maar wat doet de minister? Hij komt op Facebook een “het was ik niet” statement maken en boert op dezelfde manier verder. Daar zit mijns inziens weinig inzicht achter, deze minister mag dan praten over de concepten, ze toepassen in de eigen omgeving doet hij alvast niet.

Veertig dagen, een terugblik

Veertig dagen geleden ging ik een uitdaging aan om gedurende die termijn geen vlees of vis te eten. In deze post maak ik een korte terugblik op die periode.

Ten eerste is het van belang te zeggen dat ik tot op heden geen echte behoefte heb gevoeld voor het eten van vlees of vis. Het is me vooral opgevallen hoeveel lekkere gerechten er bestaan waar vlees noch vis in zit. Van een eenvoudige maaltijdsoep over vegetarische wok naar vleesvervangers en groenten op de BBQ. Hoewel ik verwacht had dat ik na een week al zou ‘craven’ naar een lekker stukje vlees, bleek niets minder waar te zijn. Zelfs als men voor mijn neus zat te eten deed mij dat zo goed als niets.

Wat wel een moeilijkheid vormde was telkens het zoeken naar zaken waar geen vlees en geen vis in zit als je ergens gaat eten. Een goed voorbeeld is het restaurant van de universiteit waar er telkens maar één vegetarische optie is bij het warme eten en waar men bij de vier soepen die men aanbiedt zo goed als altijd balletjes of kippenvlees toevoegt. Daar begon ik mij vragen bij te stellen: “Moet dat? geeft dat nu echt zoveel meer smaak?” Het antwoord is volgens mij een eenduidig neen.

Als je dus geen Vlees of vis eet worden je keuzes serieus ingeperkt als je niet zelf je eten klaarmaakt. Dat is volgens mij zowel positief,  je gaat meer zelf koken, als negatief, je eet vaak hetzelfde als je uit eten gaat.

Vanavond ga ik terug een stukje vlees eten: Een goei varkenskotelet met wortelstoemp (dankjewel Jeroen Meeus). Echter denk ik niet elke dag nog vlees te eten zoals ik dat vroeger deed, dat is nergens voor nodig en het vormt een serieuze belasting op ons milieu. Ik ga proberen af en toe eens vlees te eten en voor de rest denk ik de lijn van de voorbije veertig dagen voort te trekken, het was een interessante en ook lekkere ervaring.

A blogpost worth mentioning: Influence

Ik doe dit normaal niet, een blogpost over een blogpost schrijven, maar vandaag maak ik graag een uitzondering. Een mens heeft het zelden voor dat hij/zij een stuk tekst leest en denkt “Hell yeah!” – excuseert u mij voor het taalgebruik. Ik had dit vandaag voor met de tekst Influence van Davy Buntinx. In die tekst beschrijft hij zijn – volgens mij terechte – ergernis omtrent de journalistieke rapportage over sociale netwerken. Dit doet hij op een manier waarop iemand meteen weet wat er scheelt, hopelijk komt de boodschap aan bij de redacties van Terzake en Knack want het is écht nodig!

Bij deze raad ik u aan van op volgende link te klikken: http://dbuntinx.be/?p=362