Monthly Archives: January 2011

Politiek in Diepenbeek: de kleuterschool van Absurdistan

‘Local politics, good politics’ hoor je wel eens zeggen. Meestal is die uitdrukking terecht. Op lokaal vlak heeft men veelal te maken met praktische aangelegenheden ipv de zware debatten die op nationaal niveau plaatsvinden. In Diepenbeek is dat ook het geval maar toch geldt de stelling er niet. In Diepenbeek heeft de politiek meer weg van de zandbak bij een kleuterschool, waar enkele pestkoppen met modder naar elkaar gooien en onschuldige klasgenoten besmeuren bij hun daden.

Het duidelijkste voorbeeld daarvan is het begin van dit filmpje op TV Limburg:

Laat me even een beschrijving geven van de kromgegroeide partijpolitiek van afscheuringen, onafhankelijken en – welkom in Absurdistan – de oppositie voerende burgemeester.

In Diepenbeek is er een plethora aan partijen, men kan er enkele traditionele partijen in terugvinden (SP.a, Open Vld, Vlaams Belang en Groen!), een partij die doet alsof ze een traditionele partij is (CD&V-plus want ze hadden ooit ruzie met de toenmalige CVP) en twee lokale partijen om het de kiezer nog wat onduidelijker te maken (D.A.A.D & Puur Diepenbeek). Buiten die partijen zijn er nog eens een aantal individuen die onafhankelijk zetelen in de gemeenteraad of zelfs het schepencollege. Bent u nog mee?

Het college van burgemeester en schepenen doet vooral aanzetten tot gefronste wenkbrauwen: de burgemeester is lid van de oppositie, één van de schepenen doet niet liever dan tegen werken, een andere gebruikt maatregelen als drukkingsmiddel voor zijn eigen persoonlijke agenda en nog een andere zetelt onafhankelijk maar kwam oorspronkelijk uit de partij van de burgemeester. ‘t Is op zijn minst uniek te noemen.

Dan is er nog niet gesproken over de manier waarop het er aan toe gaat op de vergaderingen van de gemeenteraad: gemeenteraadsleden vallen elkaar in de rede of beginnen luidkeels te roepen; noemen elkaar achterbaks en gebruiken woorden die ik hier liever niet vernoem; hebben geen kennis van zaken in hun eigen dossiers; zijn potdoof voor toelichting door experten; schreeuwen moord en brand als men de individuele stemmingen toont op groot scherm.

Wie dus graag even wil meemaken hoe het er in de kleuterschool van Absurdistan aan toe gaat heeft maar één adres nodig: het Gemeentehuis van Diepenbeek.

De ambigue betoging

Vandaag, 23 januari 2011, vond er in Brussel een betoging plaats waar ongeveer 35000 Belgen op afkwamen, een grote massa volk met verschillende moedertaal en afkomst, die op haar manier een zegje wilde doen over de politieke impasse waarin ons land zich momenteel bevindt.

Het initiatief kwam tot stand en kreeg een groot aantal mensen mee dankzij Facebook en Twitter. Onder de slogan “No government, great country” trok men mensen vanuit alle uithoeken van ons land aan om naar Brussel te komen. De motivatie voor de betoging? We hebben genoeg van de zes maanden onderhandelingen zonder resultaat en willen eindelijk een regering zien.

Terechte frustratie als u het mij vraagt, zes maanden als bevolking moeten toekijken op onderhandelingen die van de ene blokkade naar de andere lopen is nu niet meteen een pretje. Ook ik wil graag een regering – liefst één die écht bespaart en de hervormingen rationeel doorvoert. Maar laat mij wel duidelijk zijn: ik wil geen ‘quick fix’. Daarmee bedoel ik: geen regering van mislopende zaken en uitstel van de broodnodige hervormingen.

Zelf kon ik niet gaan betogen. U weet ongetwijfeld wel waarom: examenperiode. Had ik kunnen gaan dan had ik nog steeds getwijfeld. Enerzijds zou ik gaan, al was het maar om Walter Pauli[1] te bewijzen dat ook deze generatie nog durft nadenken over het maatschappelijke. Anderzijds wil ik geen deel uitmaken van een beweging met zulke uiteenlopende meningen en redenen tot betoging waar de media achteraf haar eigen misplaatste betekenis aan geeft. Want laten we eerlijk zijn: u heeft ook de Belgische vlaggen en politieke symbolen op het journaal gezien ondanks de oproep van de organisatoren om deze niet mee te brengen; u heeft ongetwijfeld ook tegenstrijdige verklaringen van betogers mogen waarnemen. Ik zou niet willen meestappen in een stoet waar de voorhoede betoogt voor het ene, de achterhoede voor het andere en men ergens in het midden gewoon de kudde volgt omdat men graag deel is van ‘een beweging’.

Ongetwijfeld gaan sommige politieke partijen deze betoging zien als een teken dat ze gelijk hebben. Dat is natuurlijk niet moeilijk, eender wie kan de reden voor deze betoging die zeer ambigu en verdeeld is, interpreteren als een reden van hun achterban. De ironie wil nu net dat zij die dat doen, zij die deze manifestatie opeisen als een argument voor hun standpunten, mee de reden waren tot deze betoging. Indien dat gebeurt schiet men zich volgens mij in de voet en heeft men het echt niet begrepen. Want als er één eenduidige boodschap was dan was het wel dat politici van de onderhandelende partijen persona non grata waren op deze betoging.

[1] Word wakker, meneer Pauli | http://bobvandervleuten.com/2011/01/word-wakker-meneer-pauli/

UPDATE: Ook collega studentenvertegenwoordiger Sander Van der Maelen uit zijn twijfels over de betoging in een beknopte doch sterke tekst: “Waarom ik niet meebetoogde zondag

Word wakker, meneer Pauli

Word wakker, meneer Pauli

en zie dat de tijden veranderd zijn. Zoals de man wiens tekst u misbruikt voor de titel van uw artikel al aankondigde in een Nederlandstalige versie van ‘The times they are-a changing’. We leven immers niet meer in het einde van de jaren ’60 toen menig student om het even wat ging protesteren bij gebrek aan een degelijk participatiemodel. We leven niet meer in de tijd dat men voor alles op de barricades moest springen om verandering te verkrijgen. We leven vooral niet meer in een tijd van wilde revolutie maar in een tijd van evolutie. Als zelfs een sterk Vlaams-nationalistische partij dat besef heeft, waarom u dan niet?

Als lid van de Algemene Vergadering van VVS vraag ik mij af of u de vereniging wel voldoende kent gezien het oordeel dat u velt. U noemt ons en vooral het beleidsplan ‘droogkloterig’. Het besef ontbreekt u waarschijnlijk dat dergelijk beleidsplan een intern document is dat het beleid voor het komende jaar schetst. Zo’n document bevat enorm veel inhoud gezien de relatief professionele werking van VVS op verschillende domeinen en kan dan ook niet louter bestaan uit uitdrukkingen die men in de politiek als populistisch zou afdoen. Want dat is toch wat u bedoelt? De tekst leest niet als een trein, het is moeilijk voor de modale student om te begrijpen en bevat te veel vakjargon? Welnu, u heeft gelijk maar u vergeet tevens dat dit een tekst is voor interne communicatie, voor mensen die de materie kennen of leren kennen en inhoudelijk willen doorwegen op het debat en de beslissingen. Wat u aangeeft is natuurlijk een werkpunt, maar beter droog maar inhoudelijk het verschil maken, dan populistische statements maken die geen zoden aan de dijk brengen.

Kijkt u even naar de standpunten die VVS naar buiten brengt of naar de tussenkomsten van studentenvertegenwoordigers in de media. Zijn die droogkloterig en onverstaanbaar? Inderdaad, neen is het antwoord!

Tevens hekelt u dat de vereniging de praktische problemen “niet drenkt in een politieke saus” en we ons niet interesseren in het grotere maatschappelijke debat. Ik maak me sterk dat u hier de bal mis slaat, VVS mag dan vooral strijden voor de rechten van de student en een verbetering van het hoger onderwijs in Vlaanderen, maatschappelijke en ideologische debatten hebben altijd een invloed op de standpunten die bepaald worden door de vereniging. Dacht u nu echt dat wij leven op een wolk waar de rest van de maatschappij niet bestaat? Natuurlijk niet, dagdagelijks maken wij deel uit van die maatschappij en nemen er actief aan deel. Dat heeft een rechtstreekse invloed op ons denken over en nemen van beslissingen. Dat VVS geen standpunten naar buiten brengt over brede maatschappelijke zaken in het algemeen zie ik niet als een probleem of een fout, er zijn namelijk al genoeg politieke en ideologische studentenverenigingen die die taak op zich nemen. Het zou VVS enkel afleiden van haar doel: het beste hoger onderwijs voor de Vlaamse student proberen te verkrijgen.

Tenslotte wil ik nog een opmerking maken over de titel van uw artikel, die de tekst deste pijnlijker maakt. De titel refereert ongetwijfeld naar het prachtige ‘Welterusten, meneer de president’ van Boudewijn De Groot. Naar mijn mening een prachtig protestlied over de politiek in Amerika die ongestoord door de vele protesten haar nutteloze en destructieve oorlog in Vietnam doorzette. Dat u de titel van dit lied gebruikt om over de studenten hun maatschappelijk engagement te praten is mij onduidelijk. Hebben wij geen oren naar de maatschappelijke problemen? Hebben wij geen oren naar de verzuchtingen van onze achterban? Doet VVS haar eigen zinnetje enkel en alleen om zichzelf te verrijken? Absoluut niet!

Meneer Pauli, u heeft een verouderde blik op een veranderde maatschappij en een geëvolueerde studentenbeweging. Ik vraag u te ontwaken en uzelf te upgraden naar de 21ste eeuw.

Deze tekst is een reactie op het artikel van Walter Pauli dat verscheen in De Morgen onder de titel “Welterusten, meneer de student” en werd als lezersbrief naar de redactie van De Morgen gestuurd.

CD&V slaat bal rijopleiding mis

Onlangs stond het volgende op deredactie.be te lezen:

“CD&V wil daarom de stageperiode, die nu is teruggebracht tot 3 maanden, verlengen tot 1 jaar. De partij vindt dat de jongeren meer ervaring moeten opdoen vooraleer ze zich in het verkeer mengen. “Minstens 1 jaar rondrijden met een voorlopig rijbewijs is een must om ervaring op te doen”, vindt Van den Bergh.”

De oplossing die de heer Van den Bergh hier aanreikt is geen oplossing. Het is geen oplossing omdat de verandering van de regel weinig of niets zal veranderen aan de hoeveelheid rijervaring die men opdoet tussen het behalen van het voorlopig rijbewijs en het afleggen van het examen. Wie op dit moment snel zijn rijexamen wil halen, binnen de kortst mogelijke termijn dus, zal intensief oefenen en waarschijnlijk de rijschool inschakelen. Op die manier doet men op korte termijn veel ervaring op. Anderen, voor wie een rijbewijs een extraatje is, gaan een of twee keer in de week een uurtje rijden met de ouders en leggen hun examen waarschijnlijk pas na ongeveer een jaar af. Doen zij meer ervaring in het verkeer op? Ik betwijfel het.

Het verlengen van de minimumtermijn zal dus tot gevolg hebben dat men meer gespreid zal oefenen en waarschijnlijk minder intensief. Maar het argument dat men meer ervaring zal opdoen is gebakken lucht, in theorie en mathematisch misschien te verantwoorden maar in de praktijk een maat tot niets. Het zou kunnen zorgen dat verantwoordelijke jongeren langer intensief zullen oefenen; maar laat ons eerlijk zijn, die jongeren zijn niet het doelpubliek van de maatregel die men voorstelt.

Wat dan wel?

Toegegeven, er is een probleem, echter duiden de alinea’s hierboven al duidelijk aan dat er een andere oplossing nodig is dan een cijfertje aan te passen in het wetboek. We hebben nood aan een aantal praktische maatregelen die de problemen aanpakken, niet enkel bij de jongeren trouwens. Daarom ben ik voorstander van volgende zaken:

  • Een theoretisch examen dat men serieus moet nemen. Ik geraakte door mijn theoretisch examen zonder er voor te hoeven leren of lessen te volgen. Het theoretisch examen moet ook breder zijn dan enkel het kennen en toepassen van de wet, men moet vragen durven stellen die de verantwoordelijkheid in een persoon wakker schudden.
  • Een strenger en objectiever praktisch examen. De laksheid bij sommige examinatoren is een factor die serieus speelt bij het al dan niet slagen voor het praktisch rijexamen. Het praktisch examen moet meer inhouden dan een beetje rondrijden op de grote wegen en in de stadskern, men moet meer manoeuvres laten uitvoeren en speciale/gevaarlijke punten bezoeken. Wanneer een persoon uiteindelijk geslaagd is, moeten er daarenboven nog steeds feedback zijn zodat men zijn/haar goede en slechte punten kent en nog kan verbeteren.
  • Er is nood aan een beleid waarbij men chauffeurs opvolgt, alle chauffeurs. Het is op zijn minst vreemd te noemen dat mensen hun wagen om het jaar naar de keuring moeten brengen om de veiligheid van het vehicle te garanderen, maar dat de persoon die met die wagen rijdt, geacht wordt zijn leven lang even rijvaardig te zijn. Dat is een onrealistische veronderstelling, er rijden maar al te veel mensen op de weg die indien ze hun examen opnieuw zouden moeten afleggen, niet meer zouden slagen. Er is dus nood aan een soort van opvolging van de rijvaardigheid van de automobilisten, een geregelde hernieuwing van het rijbewijs is daar bijvoorbeeld een optie voor.
  • Sensibilisering, men kan het machogedrag/haantjesgedrag of de denkwijze waarbij velen denken dat ze bovengemiddelde automobilisten zijn enkel verminderen als men ook aan sterke en effectieve sensibilisering doet. Zonder daarmee de jeugd te stigmatiseren als onverantwoordelijke brokkenpiloten. Een manier om dit te doen is bijvoorbeeld nog een verplichte sessie te houden met de gevaren die schuilen achter het rijden met een auto en de verantwoordelijkheid van de automobilist in de kijker te zetten. Dat zou bijvoorbeeld net na het behalen van het rijbewijs kunnen.

Er zijn dus voldoende alternatieve mogelijkheden op het lapmiddeltje dat CD&V voorstelt.

Stigmatisering van de jongeren

Buiten de inhoudelijke argumenten en voorstellen die ik in deze tekst doe wil ik ook wijzen op de manier waarop men omgaat met dit probleem. Al te vaak wordt er gesproken over de onverantwoordelijke jongeren achter het stuur, men drukt een stigma op de automobilist die jonger is dan 24. De statistieken zijn er inderdaad, maar ze vormen geen reden tot het collectief aan de schandpaal nagelen van alle jonge chauffeurs! Wij jongeren krijgen al zoveel onterechte verwijten naar ons hoofd gegooid.

Ik ben zelf 22 jaar en rijd nu ongeveer drie jaar met de wagen, ik heb nog nooit een ongeval, verkeersboete of ander incident gehad. Ook ik val onder deze categorie maar ben een voorbeeld van de vele verantwoordelijke jonge automobilisten, laten we niet vergeten dat zij er ook zijn.