Ik ben niet tegen het creëren van kansen voor personen of groepen van personen die doorgaans last kunnen ondervinden van discriminatie. Ieder persoon zou de mogelijkheid moeten krijgen op een gelijkwaardige manier behandeld te worden en van zijn vrijheid te genieten. Daarom ben ik tegen discriminatie omdat het inhoud dat bevolkingsgroepen of personen bewust worden verhinderd in hun vrijheid en kansen.
Dit betekent ook dat ik niet te vinden ben voor de zogenaamde ‘positieve discriminatie’. Omdat je die ‘positieve discriminatie’ kan interpreteren als discriminatie in de omgekeerde richting: waar bij de klassieke vormen van discriminatie een kansengroep of minderheid onrecht wordt aangedaan, wordt bij ‘positieve’ discriminatie uiteindelijk de meerderheid beknot in haar kansen en vrijheid.
Een goed voorbeeld daarvan zijn de recent ingevoerde ‘quota’ bij de VRT. Men legt streefcijfers op om personen uit minderheden, kansengroepen e.d. meer aan bod te laten komen op het scherm. Zo moeten er bij Canvas bijvoorbeeld 12% allochtonen voorkomen en op één 6%. Ten eerste is het natuurlijk onduidelijk hoe men bij deze cijfers komt maar laten we dit buiten beschouwing houden. Het idee dat men meer personen van bepaalde bevolkingsgroepen aan bod wil laten komen is een nobel doel, ook daar kunnen we vanuit gaan. Positieve discriminatie is trouwens meestal het gevolg van een nobel doel.
Het probleem ligt echter bij de implementatie, weer kijken we naar het voorbeeld van de quota. Quota kunnen er op korte termijn voor zorgen dat er inderdaad meer personen uit verschillende bevolkingsgroepen op het scherm komen, het is echter naïef te denken dat deze medaille geen keerzijde heeft.
Een eerste zorg bij quota is bijvoorbeeld de perceptie die men zal creëren, mensen krijgen door quota een reden om te twijfelen aan personen: “Heb jij je job gekregen voor je kwaliteiten of dankzij de quota?” Men schept dus het risico dat men foutieve perceptie in de hand werkt, de perceptie die er voor zorgt dat bepaalde bevolkingsgroepen – die sowieso al last hebben van vooroordelen – ook in twijfel getrokken worden over hun jobs en de manier waarop ze deze verkregen.
Een tweede zorg is dat dit gewoonweg oneerlijk is. Personen moeten een job te pakken krijgen omdat zij de beste zijn om die job uit te oefenen, niet omdat er te weinig vrouwen/allochtonen/holebi’s/… aan de slag zijn bij het bedrijf waar gesolliciteerd wordt. Op deze manier kan het dus gebeuren dat een zeer gekwalificeerd persoon een job niet krijgt omdat er nu eenmaal nood is aan een persoon van een juiste bevolkingsgroep, ook al is die minder geschikt. Ik zeg niet dat elke situatie zo zal zijn, maar quota werken dit wel in de hand.
Het probleem met ‘positieve’ discriminatie zoals quota is dat men de symptomen bestrijd in plaats van de ziekte, in die mate zelfs dat het bestrijden van de symptomen de ziekte mogelijk kan verergeren. De ziekte waar we over spreken bestaat uit vooroordelen, historisch gegroeide cultuur, racisme en de schrik voor het onbekende. Zo’n ernstige problemen in een maatschappij los je niet op met aan de oppervlakte te verbergen wat er mis is. Zo’n problemen moet je op een duurzame manier oplossen op ingrijpende wijze, met hopelijk mentaliteitswijzigingen als gevolg. Dat dit moeilijk is en traag gaat, is natuurlijk zeer duidelijk maar liever een duurzaam proces met een goede uitkomst op lange termijn dan een maatregel die op korte termijn de symptomen verbergt maar op lange termijn de problemen vergroot.
Conclusie: Discriminatie is in alle verschillende vormen niet wenselijk en zou niet welkom mogen zijn in onze maatschappij. De quota die men bij de VRT hanteert vallen daar ook onder.
