Untitled-2

Mijn privacy, mijn keuze!

Naar aanleiding van uitlatingen van Bart Somers in het recente ANPR camera dossier schreef ik deze tekst, omdat een dringende reflectie op het beleid ten aanzien van privacy zich opdringt. De argumentatie die volgt is breed en kan als een algemene visie over privacy en de overheid beschouwd worden.

Tijd voor reflectie

De laatste jaren zijn er op het niveau van de overheid een aantal ontwikkelingen met betrekking tot privacy geweest die nopen tot kritische reflectie. Onderdeel daarvan is de mate waarin het aantal camera’s in bezit van de lokale overheden en hun partners een ongekende groei meemaakt, waarbij de ANPR-camera’s in Mechelen waarschijnlijk het meest opvallende voorbeeld vormen, daar kunnen de Big Brother Awards wel voor iets tussen zitten.

Met de beste bedoelingen

Ze zijn, vooral in steden, niet meer uit het straatbeeld weg te denken: onbemande videocamera’s. Bedoeld om het veiligheidsgevoel te verhogen, aan crowdcontrol te doen, geseinde wagens te vatten, etc. Redenen en goede bedoelingen die steevast als motivatie voor plaatsing en aankoop naar voor worden gebracht, ze klinken alvast erg nobel. Vaak worden de camera’s ook in verband gebracht met een daling in criminaliteit of een hogere pakkans van criminelen.

Er is echter een keerzijde aan deze medaille. Immers, waar deze infrastructuur nu met goede bedoelingen wordt aangelegd en gebruikt, is er geen garantie dat dit in de nabije toekomst niet kan veranderen. Wanneer de overheid over steeds meer informatie en over steeds betere methoden van informatiewinning beschikt, heeft zij een steeds sterker apparaat dat kan gebruikt worden voor praktijken die wij momenteel associëren met landen zoals Rusland, het midden-oosten, China, … Het vormt immers een handig hulpmiddel bij het opsporen van individuen die niet echt geliefd zijn door de overheid. Dat kan wel eens omwille van ras, politieke overtuiging, afkomst, religie, … zijn.

Dit lijkt misschien ver gezocht, want “er zijn bij ons toch controle mechanismen in de wetten voorzien?” Dat klopt, maar er is steeds de kans op corruptie en we leven in een democratie dus kunnen – om het eenvoudig te stellen – de helft plus één persoon deze mechanismen vrij eenvoudig omzeilen. Om het met een boutade te zeggen:

“Democracy is nothing more than mob rule, where 51% of the people may take away the rights of the other 49%.” - Thomas Jefferson

Men hoeft niet ver te zoeken naar voorbeelden van dergelijke praktijken. Neem de VS bijvoorbeeld, een land dat toch als zeer civiel wordt beschouwd en in heel wat vlakken nauw bij onze cultuur alsook houding tov. de overheid aansluit. Daar brak recentelijk nog een schandaal los omtrent machtsmisbruik van de Internal Revenue Service, de Amerikaanse tegenhanger van onze fiscus. Die zou door middel van informatie die ze enkel kon bekomen door privacy te schenden, haar controles specifiek gericht hebben op tegenstanders van de huidige president. Een strategische harde aanpak van politieke tegenstanders.

Om het kort te zeggen: Momenteel wordt er misschien geen misbruik gemaakt van de bestaande wetten en infrastructuur, er is geen enkele garantie dat dit in de toekomst zo zal blijven. De geschiedenis leert ons dat dergelijke garanties niet bestaan. Daarom moet het schenden van de privacy door de overheid en de infrastructuur daarvoor strikt beperkt gehouden worden. Deze argumentatie is eveneens toepasbaar op GAS-boetes, die vertonen ernstige gelijkenissen in mate van potentieel machtsmisbruik.

Privé versus publiek

Het is belangrijk dat er een onderscheid gemaakt wordt tussen privé en publiek in het geval van privacy. Vaak wordt er geargumenteerd (zoals Steven De Smet recentelijk deed in een uiteenzetting bij LVSV Hasselt) dat privacy een illusie is geworden door de vele smartphones met camera’s en de opkomst van Sociale Media.

In eerste instantie lijkt die argumentatie steek te houden, we delen meer en meer van onze persoonlijke levenssfeer en er zijn nauwelijks momenten waarop we zeker kunnen zijn dat niemand ons filmt of fotografeert. Maar dit kan niet dienen als een argument dat we daarom ook het recht op onze privacy kwijt zijn en de overheid dus haar gang kan gaan.

Immers, als we sociale media gebruiken is er telkens een overeenkomst tussen één individu en één bedrijf, waarbij het individu een deeltje van zijn privacy afstaat aan dat bedrijf, onder strikte voorwaarden waar beide partijen vrijwillig mee instemmen. Bovendien heerst er nog steeds het portretrecht, een individu mag niet zomaar foto’s van iemand nemen en publiceren zonder toestemming van die persoon. Het betreft hier dus telkens akkoorden die een 1 op 1 verhouding hebben.

In geval van de overheid ligt dat, dankzij de democratie, anders. Als een groep mensen vindt dat zij hun privacy willen afstaan aan de overheid, hebben ze slechts een kleine meerderheid nodig om dit ook aan anderen op te leggen. Men kan dus zijn privacy op prijs stellen en willen behouden, als anderen hiermee niet akkoord zijn kan deze volgens onze democratie legitiem geschonden worden door de overheid. Dat vorm voor mij een zeer donkergrijze ethische zone waar ik onze maatschappij liever niet in zie stranden, het houdt te grote risico’s in.

Ik zie mijn informatie dus liever belanden bij een bedrijf dat dit gebruikt om mij gerichte reclame te sturen danwel een overheid die het potentieel heeft mij te vervolgen voor mijn overtuiging, afkomst of wat dan ook. Waarbij ik de ene bovendien expliciet toestemming kan ontnemen en de andere niet. Met het vrijwillig afstaan van privacy heb ik dus geen probleem, het individu is immers vrij en dat geldt ook voor het handelen tov. de eigen privacy.

Laat mijn privacy dus mijn keuze zijn, niet die van anderen.

Update: recente gebeurtenissen in de USA tonen eens te meer aan wat ik probeer duidelijk te maken in deze tekst. Wanneer de slippery slope is ingezet is de trend blijkbaar moeilijk te stuiten. Zo werd duidelijk dat de NSA gegevens over klanten opvraagt bij Verizon – een der grootste telecombedrijven in het land – en data ‘aftapt’ bij internet giganten zoals Google en Facebook, zonder akkoord van de gebruikers natuurlijk.

Daarover staat trouwens een knap opiniestuk te lezen op Knack: “Barack Obama tapt uw geheimen af bij elke stap die u zet”

Lancering website Olraait!

Eergisteren werd de website van Olraait! eindelijk gelaunched. Olraait! is een initiatief dat ik samen met Gilbert Nijs heb opgestart.

Olraait! helpt kleine bedrijven en ondernemende personen bij het verhogen van hun productiviteit door hen een efficiëntere manier van werken bij te brengen. Via opleidingen, advies op maat en publicaties worden nieuwe inzichten, technieken en best practices gedeeld. Dit alles met een focus op veiligheid, innovatieve technologie & informatisering, efficiëntie en gemoedsrust. De aanpak van Olraait! is duurzaam, praktijkgericht en bespaart tijd & geld. Meer werk verzet krijgen op minder tijd en met minder stress kan, met de unieke aanpak van Olraait!.

De website kwam tot stand na een proces van wireframes, een grafisch design van Kris Van De Sande en tenslotte de implementatie ervan op Drupal. Er werd gebruik gemaakt van het Omega basisthema om zo te zorgen voor een responsive layout die op eender welk scherm alle informatie op een geoptimaliseerde wijze weergeeft.

Screenshot Olraait!

Party Deals, winnende app op Apps For Students

Samen met Rutger Bevers heb ik gisteren deelgenomen aan Apps For Students in Leuven. Een hackathon die werd georganiseerd door Trissen in samenwerking met de KULeuven en Open Knowledge Foundation.

De opdracht was een app te maken die relevant was voor studenten en die liefst gebruik maakte van een aantal open data sets.

Rutger en ik kwamen uiteindelijk met een idee voor een app waarmee studenten wat geld kunnen besparen. We wisten immers beiden uit eigen ervaring dat dat voor een student echt belangrijk kan zijn. Wat ook centraal staat in het studentenleven zijn studentikoze feestjes en fuiven. We besloten die twee gegevens te combineren en kwamen tot de app Party Deals.

De App

Party Deals is een app waarmee studenten in groep deals (korting, gratis drank, …) kunnen krijgen als ze naar een fuif gaan. Dat geeft een win-win situatie want verenigingen kunnen door groepen aan te trekken hun opkomst verhogen en de studenten kunnen wat geld uitsparen als ze in groep uitgaan.

Met Party Deals worden de fuiven van die dag getoond in de app en kan je jouw deal realtime berekenen door in de app aan te geven met hoeveel personen je in je groep bent. Je kan dan meteen de verschillende deals bij fuiven vergelijken, meer info opvragen, het evenement delen op Facebook en tenslotte in de app je ticket kopen via een SMS systeem.

SMS systeem

Dit laatste is belangrijk om iedereen toe te laten individueel te laten betalen maar toch te zorgen dat er niet vals gespeeld wordt bij de groepsaankoop. Het gaat als volgt in zijn werk:

  1. In de app wordt aangegeven dat men tickets wil kopen.
  2. De app geeft een code weer die elk groepslid moet sms’en.
  3. Elk groepslid stuurt deze code via SMS
  4. De app geeft weer wie al een SMS gestuurd heeft.
  5. Pas als evenveel personen een SMS heeft gestuurd als er personen in de groep zijn, gaat de deal door en krijgt elk groepslid een SMS aan met de bevestigingscode.

In de prijzen gevallen

Met onze app en bijhordende presentatie vielen we uiteindelijk goed in de prijzen. We wonnen zowel de juryprijs als de publieksprijs. Een leuke opsteker voor Rutger en mijzelf. De winnende presentatie kan je hieronder bekijken. Het hackathonprototype van de webapp kan je best met je smartphone of smartphonesimulator bekijken en is te vinden op http://a4s.bobvandervleuten.com



Bindende sectorale CAO’s fnuiken economische groei

Dit opiniestuk werd gepubliceerd op Knack.be en werd geschreven door het politiek secretariaat van Jong VLD en ikzelf.

Bindende sector CAO’s zijn te rigide en niet meer van deze tijd. Werknemers in dezelfde sector kan je niet allemaal in hetzelfde hokje duwen. Jong VLD wil de werknemer zelf de keuze geven tussen extra flexibiliteit of een hoger loon.

Vele economische sectoren kennen zowel sterk innovatieve nieuwkomers als bedrijven met oude businessmodellen en structuren. Door ongelijke situaties gelijk te behandelen, fnuiken bindende sectorale CAO’s de economische groei. Het opleggen van bijvoorbeeld algemene loonvoorwaarden maakt het aannemen van personeel minder flexibel. Zowel werkgevers als werknemers zijn daarvan de dupe.

Kafka is nooit veraf. Zo moet een bedrijf uit bijvoorbeeld de immo-sector een hoger loon geven aan een jobstudent dan een bedrijf uit de distributiesector, ook al gaat het in se om dezelfde arbeid. Hierdoor kunnen bedrijven moeilijker sector-overschrijdend werken, de concurrentie minder laten spelen en uiteindelijk minder groeien en minder jobs creëren.

Erg nefast is het effect dat veel CAO’s hebben op de jeugdwerkloosheid. Veeleisende loon- en arbeidsvoorwaarden maken laaggeschoolde jongeren vaak te duur, waardoor deze in een uitzichtloze spiraal van werkloosheid en armoede dreigen verzeild te geraken. Zonder CAO’s is er veel meer ruimte voor werkcreatie. Bindende CAO’s passen niet meer in het huidige kader en de huidige arbeidsmarkt. In een arbeidsmarkt die te rigide is en naar flexibilisering moet gaan, zijn ze een blok aan het been van elke werkgever en -nemer. Verder houden ze geen rekening met de huidige context van de ‘war for talent’ waar ondernemingen op zoek zijn naar gemotiveerde werkkrachten en ze bereid zijn deze zeer goede voorwaarden te geven om hen zo aan het bedrijf te binden.

Keuzevrijheid

Uit studies van onder andere Gerard Evers en Ton Wilthagen (2007) blijkt dat veel werknemers vragende partij zijn om zelf de balans werk-privé te mogen afwegen tegen de mogelijkheden inzake verloning en arbeidstijdregeling. Vandaag worden zij gewurgd door onpersoonlijke nationale edicten, onderhandeld vanuit een ivoren toren, door ongrijpbare vakorganisaties waarvan ze vaak geeneens lid zijn.

Het aanpassen van de huidige cao regeling leidt tot een grotere arbeidsmarktdynamiek, met snellere interne taak- en functiewisselingen, meer mobiliteit, meer flexibele beloningsvormen enzovoort. Keuzevrijheid is hierbij essentieel

Toekomst

Jong VLD wil meer ruimte voor individuele loonvorming en stelt een optionele CAO voor. Als een vakbond en een bedrijf tot een vergelijk komen inzake verloning en voorwaarden, dan is deze enkel van toepassing op de leden van die vakbond en het specifieke bedrijf. Concreet betekent dit dat voor vakbondsleden het cao een opt-out maatregel zou zijn waar ze steeds afstand van kunnen doen en voor niet vakbondsleden een opt-in waar ze aan kunnen deelnemen indien ze willen. Op die manier blijft de deur open staan voor een vrije en flexibele loonvorming en wordt geen afbreuk gedaan aan een doel van een vakbond: het zich verenigen om betere arbeidsvoorwaarden en verloning te bekomen.

Een natuurlijke evolutie ziet Jong VLD in CAO’s voor regionale clusters van bedrijven. Het is voor zowel werkgevers en werknemers belangrijk om competitieve loonsvoorwaarden te krijgen met de bedrijven in je buurt uit dezelfde sector. Of deze hetzelfde moeten zijn voor bedrijven uit Oostende en Aarlen is nog maar de vraag.

Laten we huidige regeling die stamt uit het industriële tijdperk der eenheidsworst dus achterwege laten en overstappen op een flexibel en eerlijk systeem, een systeem waar het individu vrij is maar de vakbond nog voor haar leden kan strijden.

Bob van der Vleuten,
Frederick Vandeput (voorzitter Jong VLD),
Franc Bogovic,
Bart Van Marcke

SamenArm

Jongerenkracht? – Reactie op het opiniestuk van Maite Morren

Op acht juni verscheen er op de website van SP.a een opiniestuk van de hand van Maite Morren, de voorzitster van Animo. In dit stuk, getiteld ‘jongerenkracht!‘, kaart zij de werkloosheid onder jongeren aan. Bij het lezen van het stuk had ik de indruk dat het vooral een klaagzang betrof, gevuld met utopische recepten en economische valsheden.

Echter het doel dat Morren volgens haar tekst voorstaat, wil ik graag mee steunen: “wij weigeren een verloren generatie te zijn”. Maar dan vraag je je natuurlijk meteen af wie dat eigenlijk niet zou weigeren. De jonge socialiste gaat daarna over tot een beschrijving van een eerder triest feit: “Is het niet absurd dat de best opgeleide generatie ooit niet aan een job geraakt?”

Maar bij een dergelijke uitspraak stel ik me dan meteen de vraag of die wel klopt. Zijn wij wel de best opgeleide generatie ooit? Of hebben we gewoon de pretentie dat te denken (cf. diploma-inflatie)? Immers elk mens is het kind van zijn tijd. Dat die tijd nu technologisch en wetenschappelijk verder staat, kan die indruk natuurlijk wel opwekken.

Als we echter verder lezen in haar tekst, haalt ze aan dat het voor jongeren veel te moeilijk is om een job te vinden. Te weinig open vacatures en te veel vraag naar ervaring vormen de oorzaak. Tot zover geen vuiltje aan de lucht.

De EU als grote redding

Spijtig genoeg springt Morren dan op de kar van de overheid als redder van de jeugd, meer bepaald de Europese overheid. “Een concreet voorstel om de jeugdwerkloosheid in Europa aan te pakken is alvast de Europese jobgarantie voor jongeren. Deze garandeert dat iedere jongere na 4 maanden werkloosheid een job heeft, of haar of zijn talenten kan bijschaven met een bijkomende opleiding of trainingsperiode.” Het klinkt prachtig, nietwaar? De perfecte manier om de jongeren aan de bak te helpen gezien de voornoemde moeilijkheden. Wat Morren niet opmerkt, is de keerzijde van de medaille: het kostenplaatje dat wel eens torenhoog zou kunnen oplopen.

Een job is echter niet genoeg, zo blijkt. ‘t Moet ook meteen veel geld binnenbrengen en liefst wat weg hebben van een vaste benoeming. “We willen een job, ja, maar wel ook een échte job.” zo schrijft Morren. “Veel jongeren belanden in allerlei schimmige statuten als ze werk zoeken: halftijdse jobs die al snel voltijdse jobs blijken, tijdelijke contracten of on(der)betaalde stages.” Wat zij hier blijkbaar niet weet te erkennen is dat men niet eeuwig in een dergelijke job blijft werken. Jongeren nemen zo’n jobs aan om ervaring op te doen of om te kunnen sparen voor die avondscholing die hen uitzicht geeft op een betere job. Je kan niet verwachten dat iedereen van de schoolbank recht in de perfecte job wandelt.

Wat met het minimumloon?

Een maatregel die Morren iets later in haar tekst vermeldt, maar ik hier reeds wens te vermelden, is het minimumloon. “We willen alle inkomens boven de armoedegrens tillen”, zo beschrijft zij het. Het is spijtig genoeg een maatregel die nefast is voor de jongere met weinig talent en ervaring. Het minimumloon is te vergelijken met het uittrappen van de onderste sporten van een ladder. Immers, de ongeschoolde jongere met weinig ervaring is het voor geen enkele onderneming meer waard om er het geld aan uit te geven dat het minimumloon vereist. Bedrijven zouden er verlies aan maken. In die zin is haar kritiek op het Duitse model dus ook allesbehalve correct.

Is het dat?

En daar houdt haar focus op de werkloosheid bij de jongeren op. Wat is dus haar visie? De overheid, enkel en alleen de overheid, moet zorgen dat jongeren na vier maanden werkloosheid een baan hebben of een opleiding genieten. Als liberaal kan ik mij moeilijk verzoenen met een dergelijke visie. Waar is dan het optimisme naartoe, dat jongeren tot grootse zaken in staat zijn, als we meteen na het behalen (of niet behalen) van ons diploma naar de overheid moeten hollen voor een job? Als dat het toekomstbeeld is voor onze generatie, dan zijn we nu al verloren.

Waar zijn de recepten voor het ondernemerschap van de jeugd? Is er daar geen plaats voor bij de jonge socialisten? Of maatregelen voor de autodidacten, die op eigen houtje in hun vrije tijd een vak leren? Lastenverlagingen worden natuurlijk helemaal gemeden, dat zou voor een socialist vloeken in de kerk zijn.

Een visie, of iets dat er op lijkt

We mogen ons wel gelukkig prijzen: Morren is nog niet uitgeschreven en draaft nog even aan met een bredere visie: “Ons toekomstbeeld? Een samenleving die sterk en sociaal is. En dat houdt ook in ecologisch.” Als maat voor niets kan dat tellen, wie wil er immers zo geen samenleving?

Nu gebiedt de eerlijkheid wel te zeggen dat ze bij die visie ook vermelding maakt van onderwijs en investeren in jobs, maar wel enkel in jobs die in haar visie voor de toekomst passen. Welke deze jobs dan mogen wezen, wordt niet verder beschreven. Zonde, ik had het graag willen weten.

Utopia

Na deze visie, of wat er dan toch voor moet doorgaan, wil de voorzitster van Animo nog even een gouden middeltje aanreiken om onze samenleving in het algemeen sociaal sterk te houden.

Leest u daarvoor even het volgende: “Want met wat moeten we concurreren? Met werknemers die voor maar één euro per uur aan de slag moeten? Met de landen waar op pensioen gaan een ticket naar de armoede is? Daar passen wij voor. Animo wil de redenering omkeren. De index die onze koopkracht beschermt in België zouden we dan ook graag exporteren naar andere landen.” Zo ziet u maar: gewoon even de hele wereld aan de index onderwerpen en we zijn van onze problemen af.

Zelfs als we buiten beschouwing laten dat het indexsysteem de tegenovergestelde werking heeft van wat ze betracht (een hoger geïndexeerd loon leidt immers tot hogere loonkosten voor ondernemingen, waardoor deze wederom hun producten duurder moeten verkopen aan, inderdaad, consumenten), is dit een puur utopische en imperialistische gedachte. Wederom iets waar wij als jongeren absoluut geen nood aan hebben: als we de weg van de utopie inslaan, zijn we een verloren generatie.

Foute recepten

In haar besluit haalt Morren wel een aantal goede punten aan. Onze generatie is volgens haar namelijk enthousiast, energiek en leergierig. Ze omschrijft wederom de jeugdwerkloosheid als een absurditeit en als een hoop gemiste kansen.

Spijtig dat ze in haar tekst enkel foute en utopische recepten kan aanreiken. Geen enkel origineel idee wordt naar voor geschoven, zoals bijvoorbeeld een lastenverlaging op werk of een indexatie van netto- in plaats van brutolonen. Ook op het enthousiasme en de energie die zij zelf aan jongeren toeschrijft, gaat Morren niet verder in. Neen , het is volgens haar de staat die onze generatie moet redden, niet wijzelf. “Wij zijn jong en klaar voor de toekomst” , besluit ze, maar vergeet te vermelden: “Als we een overheid zien die een rode loper voor ons uitrolt.”

Het is zonde dat een tekst getiteld “jongerenkracht!” net die kracht ontkent door de voorgestelde maatregelen. Of hoe een veelbelovende titel maar een fractie van het werk is.

Bob van der Vleuten
Politiek Secretaris
LVSV Hasselt